Meer aandacht voor medicatieveiligheid in woonzorgcentra

Publicatiedatum

Auteur

Katrien Schryvers

Deel dit artikel

De Vlaamse meerderheidspartijen vragen in een resolutie aan de Vlaamse Regering om de medicatieveiligheid in woonzorgcentra te versterken. Ze reageren daarmee op eerdere cijfers over de veelheid van incidenten, soms zelfs met dodelijke afloop, zoals die in 2020 en 2021 gebeurden door toediening van insuline in een woonzorgcentrum in Oostrozebeke. Deze resolutie werd in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement goedgekeurd op 26 april 2023. 

“Als we spreken over medicatieveiligheid in de woonzorgcentra bedoelen we dat medicatie op een juiste manier wordt voorgeschreven, besteld, afgeleverd en bewaard en dat ze correct wordt klaargemaakt en toegediend. Daarna moet ook worden gevolgd hoe de bewoner erop reageert”, aldus Katrien Schryvers (cd&v), hoofdindiener van het voorstel van resolutie, “Een onzorgvuldig omgaan met medicatie kan leiden tot incidenten, waarbij de ouderen gevaar kunnen lopen.”

Rol van de apotheker

Belangrijke sleutelfiguren in het medicatiebeleid van woonzorgcentra zijn de behandelende arts en de coördinerend en raadgevend arts (CRA). Sinds juli 2021 kunnen woonzorgcentra ook een coördinerend en raadgevend apotheker (CAA) aanstellen. Deze neemt dan de rol op van geneesmiddelenexpert en kan in samenspraak met de behandelende arts, de CRA en verpleegkundigen het geneesmiddelengebruik verbeteren. In de resolutie vragen de parlementsleden om de inzet van de CAA, met zicht op eventuele versterking en verdere uitrol van die functie, verder op te volgen en te onderzoeken wat de mogelijke rol zou kunnen zijn van de apothekers die de geneesmiddelen leveren.

Handhaving

Naast de verantwoordelijkheid van de voorziening is er de verantwoordelijk­heid van Zorginspectie en het agentschap Zorg en Gezondheid om bij tekorten een voorziening consequent te volgen. Als Zorginspectie tekorten vaststelt, zal het agentschap aan de voorziening een actie- en remediëringsplan vragen. Bij een vervolginspectie komt het er dan op aan op te controleren of het plan van aanpak werkelijk gerealiseerd wordt. Als dat niet het geval is, is het, met het oog op de veiligheid van de bewoners van het woonzorgcentrum, nodig zo snel mogelijk te reageren.

In hun resolutie vragen de parlementsleden daarom aan de Vlaamse Regering om samen met het agentschap Zorg en Gezondheid te bekijken op welke manier de handhavingstermijnen zo strikt mogelijk kunnen worden toege­past, om onveilige situaties zo snel als mogelijk een halt toe te roepen.

Casusoverleg

Zo nodig moet er worden overgegaan tot een casusoverleg tussen Zorginspectie en het agentschap Zorg en gezondheid. Deze kunnen dan samen een goede inschatting maken van de ernst van de situatie en een beslissing nemen over een gepaste handhavingsmaatregel.

Om gegevensuitwisseling nog efficiënter te kunnen organiseren, roepen de parlementsleden op om te investeren in de nodige software.

Inspectie

Om op sectorniveau een beeld te kunnen krijgen van bepaalde problematieken in de woonzorgcentra vragen de parlementsleden om, op basis van de data uit inspectieverslagen van Zorginspectie, rapporten op te maken over een bepaald thema, zoals medicatieveiligheid. Naar aanleiding van de berichtgeving over de moorden in een woonzorgcentrum werd in het najaar van 2022 een dergelijke screening uitgevoerd voor 262 woonzorgcentra die sinds 1 oktober 2021 een opvolgingsinspectie kregen, en waarvoor dus al tekortkomingen waren vastgesteld. De resultaten van die screening wijzen op een structureel pro­bleem op het vlak van medicatieveiligheid. Zo werd bijvoorbeeld in 28 procent van de voorzieningen onvoldoende informatie bijgehouden over de manier waarop de medicatie moest worden toegediend, kwam in 6 procent van de voorzieningen de klaargezette medicatie niet overeen met de medicatiefiche, en was in 41 pro­cent van de voorzieningen de klaargezette medicatie niet altijd identificeerbaar op het moment dat ze werd toegediend. Specifiek voor het insulinegebruik werd vastgesteld dat in 48 procent van die voorzieningen de hoeveelheid insuline die toegediend werd, niet consequent geregistreerd werd.

De cijfers tonen aan dat er een structureel probleem is met betrekking tot de medicatieveiligheid in woonzorgcentra. Mogelijks leggen andere thematische screenings op sectorniveau nog andere zaken bloot. Maar het is enkel zo dat er zicht op komt en gerichte beleidsmaatregelen genomen kunnen worden. Voor wat betreft medicatieveiligheid is het van groot belang dit van kortbij op te volgen. De rapporten daarover moeten dan ook periodiek gedeeld worden met het Vlaams Parlement.

“Geen enkele regelgeving kan handelen met slechte bedoelingen verhinderen”, besluiten Schryvers, “Maar dat er ouderen foutieve medicatie of niet de juiste doseringen aan medicatie krijgen door onzorgvuldig of foutief handelen, moeten we absoluut vermijden, want het kan hun gezondheid in gevaar brengen. Het zijn in de eerste plaats de woonzorgcentra die de verantwoordelijkheid dragen om een goed medicatiebeleid te voeren. Met onze resolutie vragen we de Vlaamse Regering om de woonzorgcentra daarin te ondersteunen, maar ook om nauwgezet te controleren en snel en gepast tegen inbreuken op te treden.”

Nieuws

Gezinnen mogen kraamzorg niet zien wegsmelten omdat hun baby medische zorgen nodig heeft

Gezinnen die een baby verwelkomen kunnen beroep doen op kraamzorg vanaf één maand voor de vermoedelijke bevallingsdatum tot drie maanden na de bevalling. Gezinnen van wie de baby nade geboorte langere tijd in het ziekenhuis moet blijven, bijvoorbeeld na een vroeggeboorte, zien een deel van de periode dat ze beroep kunnen doen op kraamzorg voorbijgaan zonder dat ze er gebruik van kunnen maken. “Totaal onrechtvaardig voor gezinnen van wie het kindje medische zorgen nodig heeft”, vindt Vlaams Parlementslid Katrien Schryvers (cd&v) en welzijnsexperte. Daarom wil cd&v de termijn voor kraamzorg opschorten wanneer de baby in de drie maanden na de geboorte in het ziekenhuis moet verblijven.

Cd&v vraagt uitzondering voor zieke en mantelzorgende studenten

Bij de Septemberverklaring besliste de Vlaamse regering om het groeipakket, de vroegere kinderbijslag, in Vlaanderen in te perken voor studenten tot 23 jaar. Cd&v vraagt om hierbij uitzonderingen te voorzien voor studenten die uitvielen wegens ziekte of die mantelzorger zijn. “Voor studenten die de doorheen hun studiejaren de zorg van een naaste op zich namen of die zelf te maken kregen met ziekte, mag de inperking van het groeipakket niet betekenen dat zij hun studies moeten stopzetten. Daarom wil cd&v voor die groep een uitzondering voorzien”, zegt Vlaams parlementslid Katrien Schryvers.

Herstelverblijven: We hebben elke plaats meer dan nodig

Cd&v vraagt een duurzame oplossing voor de herstelverblijven in Vlaanderen. Na een hospitalisatie of ernstige ziekte kunnen patiënten in een herstelbedrijf revalideren en werken aan zelfredzaamheid. Zonder tussenkomst van de minister dreigen eind dit jaar bijna 1.000 plaatsen in zo’n herstelverblijf verloren te gaan. Vlaams Parlementslid Katrien Schryvers (cd&v) trekt -niet voor het eerst- aan de alarmbel en vraagt de bevoegde minister om actie én te komen met een langetermijnoplossing voor de herstelverblijven in Vlaanderen. “Vorig jaar kwam de minister met ad hoc maatregelen, het is dringend tijd voor een duurzame oplossing. In totaal dreigen bijna 1000 plaatsen voor patiënten opnieuw te verdwijnen”, stelt Schryvers. “Dit mag echt niet gebeuren. Voor patiënten is dit géén overbodige luxe, elke plaats is meer dan nodig. In een context waarin de zorg- en ondersteuningsnoden almaar toenemen, is het verloren laten gaan van capaciteit voor cd&v gewoonweg onverantwoord.”