Hoge nood aan een echt toiletbeleid

Publicatiedatum

Auteur

Katrien Schryvers

Deel dit artikel

Er is in Vlaanderen te weinig aandacht voor openbare toiletten, dat vindt Vlaams parlementslid Katrien Schryvers. Daarom komt het parlementslid met een ‘toiletplan’. In dit plan pleit ze onder meer voor meer publieke en toegankelijke toiletten, voor een tool die alle informatie over die toiletten verzamelt en een uniforme toiletpas die de toegang tot sanitair voor mensen met bepaalde aandoeningen gemakkelijker maakt.

Rond het gegeven ‘naar toilet moeten gaan’ hangt vaak schroom. Nochtans is het de normaalste zaak van de wereld. “Het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat daarvoor de nodige accommodatie wordt voorzien”, vindt Vlaams parlementslid Katrien Schryvers. “Allemaal hebben we al wel meegemaakt dat we op zoek moeten naar een toilet en zien we zo situaties van een huilend kind dat plots pipi moet doen voor ons. Voor mensen met bepaalde aandoeningen en bij wie er soms plots een dringende nood is, is het niet beschikbaar zijn van een proper, toegankelijk toilet met de nodige voorzieningen zelfs ronduit problematisch.” Daarom komt Schryvers met een ‘toiletplan’, dat bestaat uit drie pijlers, waarin ze de weg wil vrijmaken voor een meer toegankelijk toiletbeleid in Vlaanderen.

1. Meer openbare toiletten

Voor wandelaars, fietsers of mensen die gaan winkelen biedt de horeca niet alleen gelegenheid om de dorst te lessen, maar ook voor de nodige sanitaire stop. Toen tijdens de coronacrisis de horeca gesloten was, namen verschillende lokale besturen het initiatief om op bepaalde plaatsen toiletunits te voorzien of om het sanitair in gemeentelijke gebouwen open te stellen. Ook Vlaams parlementslid Schryvers zorgde er in haar thuisgemeente Zoersel voor dat langs wandelroutes toiletcabines kwamen te staan. “Veel mensen reageerden hier heel positief op”, vertelt Schryvers. “Er wordt niet vaak over gesproken, maar ik kreeg zo wel de bevestiging dat dit voor veel mensen de mogelijkheid creëerde om al of niet bepaalde activiteiten te kunnen doen.”

Samen met de coronamaatregelen verdwenen tijdelijke openbare toiletten uit het straatbeeld, gaat Schryvers verder. “Vlaanderen telt bovendien alsmaar minder openbare wc’s. Voor ouderen die daar soms sneller nood aan hebben en voor mensen met bepaalde gezondheidsproblemen, zoals blaas- en darmaandoeningen of mensen met een stoma, belemmert dat aanzienlijk hun bewegingsvrijheid.” Schryvers wil dat steden en gemeenten in hun beleid opnieuw ruimte maken voor openbare toiletten. Concreet wil ze een sensibiliseringsactie die lokale besturen moet overtuigen om meer in te zetten op openbare toiletten.

2. Uniforme toiletpas

Mensen met bepaalde aandoeningen zoals de ziekte van Crohn, MS of mensen die leven met een stoma kunnen via patiëntenverenigingen een toiletpas aanvragen. Zo’n toiletpas verleent toegang tot het sanitair van hotels, cafés, restaurants, lokale zelfstandigen, winkelketens en vrije beroepen die aangesloten zijn bij NSZ (Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen), Comeos, Horeca Vlaanderen en Unizo.

Maar volgens Schryvers zijn er verschillende modellen in omloop en lopen er verschillende initiatieven naast elkaar. “Voor de herkenbaarheid zou het goed zijn dat er afspraken komen rond een uniforme toiletpas. Dat vereenvoudigt de communicatie en vermijdt chaos door de verschillende documenten die momenteel in omloop zijn.”

Schryvers voegt eraan toe dat zo’n uniforme toiletpas geenszins moet vermelden aan welke aandoening de houder ervan lijdt. “Over het gebruik van dergelijke pas hangt nog altijd een bepaalde schroom. Een uniforme pas kan de discretie verhogen en drempelverlagend werken”, aldus het parlementslid. Ook vraagt Schryvers een blijvende sensibilisatie rond de toiletpas: “Het is belangrijk dat patiënten, maar zeker ook winkel- en horecapersoneel op de hoogte zijn van het bestaan ervan.”

3. Informatiedeling over openbare toiletten

Voor Inter (het Agentschap Toegankelijk Vlaanderen) beheert de databank Toegankelijk Vlaanderen. Deze is te gebruiken via www.toevla.be en bevat objectief gescreende informatie over de toegankelijkheid van publiek toegankelijke gebouwen en omgeving. Denk aan gebouwen van openbare instellingen, maar ook aan winkels, musea, ziekenhuizen, parkings enzovoort. Momenteel biedt de databank informatie over 2.595 accommodaties, waarvan veel met toiletten, alsook 540 fiches over sanitair in toegankelijke gebouwen of op publieke plaatsen in 74 gemeenten, vernam Katrien Schryvers in antwoord op een parlementaire vraag aan minister Bart Somers. “Er is dus nog heel wat ruimte tot aanvulling, onder meer vanuit de lokale besturen”, stelt Schryvers vast. Zij doet dan ook een oproep naar de 226 overige gemeenten om initiatief te nemen om hun openbare toiletten in kaart te laten brengen door Inter en om deze informatie te laten opnemen in de databank. “Alleen op die manier kunnen lokale besturen echt werk maken van een passend aanbod voor inwoners en bezoekers”, aldus Schryvers.

Er bestaat ook de Nederlandse app Hoge Nood. Deze bevat ook gegevens over toiletten in Vlaanderen, zij het niet op basis van objectief gescreende informatie maar op basis van gegevens die gebruikers zelf doorgeven, met validatie door de eigenaar. De app geeft ook een route tot aan een gekozen toilet. “Voor mensen die onderweg zijn en op zoek zijn naar sanitair, is dat een heel waardevolle tool”, zegt Schryvers, “Het zou daarom goed zijn dat alle Vlaamse gemeenten zich aansluiten bij Hoge Nood. Bovendien kan een samenwerking met Inter heel zinvol zijn om objectieve informatie te kunnen aanvullen en uitwisselen over de toegankelijkheid van het sanitair. Dan zou betrouwbare data kunnen worden gekoppeld, waardoor gebruikers nog beter worden geholpen. “Er is nood aan een echt toiletbeleid in Vlaanderen. Met mijn toiletplan geef ik hiervoor de aanzet”, sluit Schryvers af.

Nieuws

Gezinnen mogen kraamzorg niet zien wegsmelten omdat hun baby medische zorgen nodig heeft

Gezinnen die een baby verwelkomen kunnen beroep doen op kraamzorg vanaf één maand voor de vermoedelijke bevallingsdatum tot drie maanden na de bevalling. Gezinnen van wie de baby nade geboorte langere tijd in het ziekenhuis moet blijven, bijvoorbeeld na een vroeggeboorte, zien een deel van de periode dat ze beroep kunnen doen op kraamzorg voorbijgaan zonder dat ze er gebruik van kunnen maken. “Totaal onrechtvaardig voor gezinnen van wie het kindje medische zorgen nodig heeft”, vindt Vlaams Parlementslid Katrien Schryvers (cd&v) en welzijnsexperte. Daarom wil cd&v de termijn voor kraamzorg opschorten wanneer de baby in de drie maanden na de geboorte in het ziekenhuis moet verblijven.

Cd&v vraagt uitzondering voor zieke en mantelzorgende studenten

Bij de Septemberverklaring besliste de Vlaamse regering om het groeipakket, de vroegere kinderbijslag, in Vlaanderen in te perken voor studenten tot 23 jaar. Cd&v vraagt om hierbij uitzonderingen te voorzien voor studenten die uitvielen wegens ziekte of die mantelzorger zijn. “Voor studenten die de doorheen hun studiejaren de zorg van een naaste op zich namen of die zelf te maken kregen met ziekte, mag de inperking van het groeipakket niet betekenen dat zij hun studies moeten stopzetten. Daarom wil cd&v voor die groep een uitzondering voorzien”, zegt Vlaams parlementslid Katrien Schryvers.

Herstelverblijven: We hebben elke plaats meer dan nodig

Cd&v vraagt een duurzame oplossing voor de herstelverblijven in Vlaanderen. Na een hospitalisatie of ernstige ziekte kunnen patiënten in een herstelbedrijf revalideren en werken aan zelfredzaamheid. Zonder tussenkomst van de minister dreigen eind dit jaar bijna 1.000 plaatsen in zo’n herstelverblijf verloren te gaan. Vlaams Parlementslid Katrien Schryvers (cd&v) trekt -niet voor het eerst- aan de alarmbel en vraagt de bevoegde minister om actie én te komen met een langetermijnoplossing voor de herstelverblijven in Vlaanderen. “Vorig jaar kwam de minister met ad hoc maatregelen, het is dringend tijd voor een duurzame oplossing. In totaal dreigen bijna 1000 plaatsen voor patiënten opnieuw te verdwijnen”, stelt Schryvers. “Dit mag echt niet gebeuren. Voor patiënten is dit géén overbodige luxe, elke plaats is meer dan nodig. In een context waarin de zorg- en ondersteuningsnoden almaar toenemen, is het verloren laten gaan van capaciteit voor cd&v gewoonweg onverantwoord.”