Zonder mobiliteit geen inclusie

Publicatiedatum

Auteur

Katrien Schryvers

Deel dit artikel

Mensen met een verminderde mobiliteit moeten zich gemakkelijker kunnen verplaatsen. Katrien Schryvers doelt daarmee op mensen die fysiek of mentaal niet of moeilijk in staat zijn om zelf een vervoersmiddel te besturen. Bij voorkeur kunnen deze mensen zelfstandig gebruik maken van het openbaar vervoer, maar ook andere maatregelen moeten de mobiliteitsmogelijkheden verhogen. Schryvers maakte daarom een voorstel van resolutie op waarin ze aan de Vlaamse regering vraagt om concrete stappen te ondernemen voor deze doelgroep.

“In onze samenleving zijn heel wat mensen in hun mobiliteit beperkt: tijdelijk door een ongeval of ziekte, of permanent door een handicap, leeftijd, een mentale aandoening…”, zegt Katrien Schryvers (cd&v). “In een welvarende maatschappij mogen deze mensen niet uit de boot vallen. Mobiel zijn is essentieel om kansen te creëren op vlak van opleiding, tewerkstelling en ontspanning. Mobiliteit maakt zo onlosmakelijk deel uit van inclusie. Zonder mobiliteit, geen inclusie.”

Aangepast vervoer

“Als we spreken over toegankelijk openbaar vervoer, dan is een eerste vereiste dat bussen en trams aangepast zijn voor mensen met een verminderde mobiliteit. Maar ook chauffeurs spelen een belangrijke rol. Zij moeten daarom ook weten hoe ze deze mensen kunnen begeleiden als dat nodig blijkt ”, vindt Schryvers. Ze breekt gelijktijdig ook een lans om het mogelijk te maken dat scootmobiels mee op de bus of de tram kunnen.

De komende jaren wordt het vervoer op maat uitgerold in Vlaanderen. Belangrijk onderdeel hiervan is het flexplusvervoer. Dit richt zich op personen die omwille van een mobiliteitsbeperking niet mee kunnen met de rest van het openbaar vervoer. Hiervoor is een voorafgaande boeking nodig. “Met cd&v vinden we het absoluut noodzakelijk dat de huidige Diensten voor Aangepast Vervoer (DAV) binnen het kader van het flexplusvervoer kunnen blijven werken met vrijwilligers en via de sociale economie”, stelt Schryvers. “Dit aanbod moet laagdrempelig blijven. We moeten er absoluut voor zorgen dat eens het flexplusvervoer wordt ingevoerd, iedereen voor wie het geregeld vervoer geen optie is minstens van hetzelfde mobiliteitsaanbod kan genieten als nu.”

Toegankelijke infrastructuur

Naast de voertuigen zelf wijst het parlementslid op het belang van de toegankelijkheid van haltes en hoppinpunten en de rol die lokale besturen daarbij kunnen spelen. Er bestaat een charter ‘Masterplan toegankelijke haltes’ dat gemeenten kunnen ondertekenen. “Cd&v wil alle lokale besturen aanmoedigen om dat charter te ondertekenen en mee te werken aan meer toegankelijk openbaar vervoer voor iedereen. Maar Vlaanderen moet die besturen ook helpen. Dat gebeurt vandaag al via coaching. Dat moet ook via heldere aanbevelingen. Daarom is het belangrijk dat we het Vademecum Toegankelijk Publiek Domein aanpassen aan de nieuwste inzichten van verkeersexperten én ervaringsdeskundigen zodat lokale besturen weten waar ze rekening mee moeten houden”, zegt Katrien Schryvers. Ze geeft ook een voorbeeld: “Als we ons openbaar vervoer voor iedereen toegankelijk willen maken, moeten we ervoor zorgen dat er bij hoppinpunten en stations voldoende fietsparkeerplaatsen zijn voor verschillende soorten fietsen. Ik denk dan in het bijzonder aan bepaalde types fietsen voor mensen met een beperking, zoals driewielers en rolstoelfietsen. Ook mensen met zo’n fiets moeten die vlot en veilig kunnen achterlaten en met een gerust hart de tram of bus kunnen nemen.”

Busstrook

Katrien Schryvers pleit er al veel langer voor om de diensten voor aangepast vervoer (DAV) toe te laten om de busstroken te gebruiken, en deze vraag is nu ook uitdrukkelijk opgenomen in haar resolutie. “Deze diensten, zoals bijvoorbeeld Handicar in mijn gemeente Zoersel, vervoeren mensen die zelf minder mobiel zijn en geen gebruik kunnen maken van het geregeld openbaar vervoer”, legt het parlementslid uit. “Eigenlijk kunnen we ze dus beschouwen als aangepast openbaar vervoer en dan moeten deze voertuigen, en op termijn ook het flexplusvervoer, dezelfde behandeling krijgen.” Het parlementslid wijst er daarbij ook op dat deze diensten momenteel vaak ook veel tijd verliezen in files. “Tijd die ze niet kunnen gebruiken om andere mensen met een verminderde mobiliteit te vervoeren,” aldus Schryvers, “en dat is heel spijtig, want de vraag is groot.”

Deelmobiliteit voor iedereen

Autodelen zit in de lift, net als het gebruik van deelfietsen. “Er bestaan al heel wat deelsystemen, ook tussen particulieren. Wij vragen aan de Vlaamse regering om ervoor te zorgen dat mensen met een beperking of een handicap hun aangepaste voertuig op eenzelfde manier ter beschikking kunnen stellen van andere mensen met een mobiliteitsbeperking”, zegt Schryvers, “Momenteel is dat niet mogelijk omdat er strikte voorwaarden gelden voor personen met een mobiliteitsbeperking als zij willen genieten van een vrijstelling van de belasting op inverkeerstelling en van de verkeersbelasting of van een tegemoetkoming van het VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap). Ook fietsdeelsystemen vormen een belangrijk onderdeel van het vervoer op maat. Bij de uitrol daarvan vragen we daarom om, waar mogelijk, te voorzien in aangepaste, toegankelijke deelfietsen.”

 

“Een aangepast mobiliteitsbeleid kan mee leiden tot meer inclusie, en dat is niet alleen verrijkend en heilzaam voor de mensen die minder mobiel zijn, maar biedt ook een grote meerwaarde voor onze maatschappij in haar geheel”, besluit Schryvers.

 Schryvers kon alvast haar Vlaamse coalitiepartners overtuigen, want het voorstel van resolutie werd intussen mee onderschreven door Bert Maertens (N-VA) en Marino Keulen (Open VLD).  Op 25 mei 2023 werd het voorstel besproken en goedgekeurd in de commissie mobiliteit van het Vlaams Parlement. 

 

De volledige resolutie vind je hier.

Nieuws

Omvattend plan om mantelzorgers beter te ondersteunen: Eén verlofstelsel, mantelzorgvriendelijke werkvloeren en flexibeler mantelzorgwonen

Mantelzorgers zijn de stille helden van onze samenleving. Zonder hun bijdrage valt heel ons zorgsysteem in elkaar. Als het van cd&v afhangt verdienen mantelzorgers daarom niet alleen meer erkenning en respect in woorden, maar ook betere ondersteuning in daden. Naar aanleiding van de dag van de Mantelzorger leggen cd&v- parlementsleden Nahima Lanjri en Katrien Schryvers een plan op tafel met 5 concrete maatregelen die mantelzorgers in Vlaanderen beter ondersteunen. “Mantelzorgers botsen op tal van drempels, die willen we voor hen wegnemen.”

Cd&v trekt aan alarmbel: “Ongezien capaciteitstekort in woonzorgcentra komt op ons af”

In bijna 9 op de 10 woonzorgcentra is er een wachtlijst. In de helft van de woonzorgcentra moeten nieuwe bewoners zelfs een wachttijd doorlopen tussen 3 maanden en 1 jaar. Dat blijkt uit een bevraging van cd&v bij 292 Vlaamse woonzorgcentra. “Zonder ingrijpen zullen de wachttijden de komende jaren verder oplopen waardoor zorgbehoevende ouderen in de kou blijven staan. Bovendien is er geen garantie voor ouderen die verhuizen naar een woonzorgcentrum dat zij in hun eigen regio kunnen blijven”, stelt Vlaams parlementslid Katrien Schryvers scherp. Cd&v hekelt het  gebrek aan urgentie bij de bevoegde minister. De partij roept dringend op tot actie en schuift zelf een aantal maatregelen naar voor: kamers bijbouwen, betere remediëringstrajecten om  sluitingen te vermijden, verloren plaatsen herverdelen en meer autonomie voor woonzorgcentra om te bepalen hoe ze hun beschikbare plaatsen invullen.

Begeleiding van gezinnen even belangrijk als terugvordering schooltoeslag

Vorig schooljaar moesten de gezinnen van 8.802 leerlingen de schooltoeslag terugbetalen, omdat de leerling in kwestie te vaak onwettig afwezig was geweest van school. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (cd&v) opvroeg. Volgens Schryvers is het belangrijk om die leerlingen goed op te volgen: “Het terugvorderen van de schooltoeslag moet altijd samengaan met opvolging via een traject: waarom is die leerling zo vaak afwezig? Is er in dat gezin iets aan de hand? Vandaag varen we blind: we weten niet hoeveel trajecten werden opgestart en welke impact de terugvordering heeft op die gezinnen. Ouders moeten gewezen worden op het belang van naar school gaan voor de toekomst van hun kinderen. Terugvorderen van de schooltoeslag is slechts een middel, het doel moet zijn: zo veel mogelijk kinderen op school.”