Cd&v wil rouwverlof bij zwangerschapsverlies uitbreiden voor alle werknemers

Publicatiedatum

Auteur

Katrien Schryvers

Deel dit artikel

Ouders die een kindje verliezen hebben vandaag recht op tien dagen rouwverlof na minstens 24 weken zwangerschap. Vóór die 24 weken worden werknemers verondersteld de dag na het zwangerschapsverlies terug op de werkvloer te staan. “Zwangerschapsverlies, ook vóór die 24 weken, gaat vaak gepaard met zowel fysieke als mentale pijn. We kunnen toch niet verwachten dat wie dit doormaakt de volgende dag zomaar de knop omdraait en verder werkt?”, stellen cd&v-politica’s Katrien Schryvers en Nathalie Muylle. Zij willen het rouwverlof bij zwangerschapsverlies daarom uitbreiden.

Vlaams parlementslid voor cd&v Katrien Schryvers en federaal Kamerlid Nathalie Muylle pleiten tijdens de Koesterweek voor een betere erkenning van ouders die een kindje verliezen vóór ze 24 weken zwanger waren. Op dit moment hebben (beide) ouders recht op tien dagen rouwverlof wanneer hun kindje sterft na minstens 24 weken zwangerschap. “Vandaag is die ‘grens’ bepaald op 24 weken maar de impact van zwangerschapsverlies, ook voor die 24 weken, is erg zwaar voor veel ouders”, zeggen de parlementsleden.

In de huidige regelgeving voor werknemers wordt het verdriet bij zwangerschapsverlies voor 24 weken volgens Schryvers en Muylle onvoldoende erkend. “Dit maakt de al traumatische ervaring nog zwaarder. Er is nood aan meer erkenning én ondersteuning”, zegt Katrien Schryvers. “We kunnen toch niet verwachten dat wie dit doormaakt de volgende dag zomaar de knop omdraait en verder werkt? Dat is onmenselijk. Naast de zware emotionele impact die een zwangerschapsverlies met zich meebrengt is ook de fysieke pijn die ermee gepaard gaat niet te onderschatten”, vult Nathalie Muylle aan.

Uitbreiding rouwverlof ongeacht de zwangerschapsduur

Vlaamse en lokale ambtenaren hebben sinds mei van dit jaar recht op twee dagen rouwverlof bij zwangerschapsverlies van de medewerker of van de echtgenote of samenwonende partner van het personeelslid, vanaf het begin van de zwangerschap tot en met 180 kalenderdagen zwangerschap, zonder dat het personeelslid een attest hoeft voor te leggen, zo besliste de vorige Vlaamse regering na vragen van Katrien Schryvers. Intussen hebben ook federale ambtenaren dit recht.  Samen met haar collega-Kamerlid Nathalie Muylle wil Schryvers deze mogelijkheid om rouwverlof op te nemen na zwangerschapsverlies nu ook mogelijk maken voor alle andere werknemers. “Waar je werkt mag niet bepalend zijn om te bepalen welke erkenning er wordt gegeven aan het verlies dat ouders meemaken. We beseffen ook dat deze twee dagen niet volstaan om het verdriet te plaatsen, maar vinden dit wel een belangrijke stap van erkenning”, zeggen Schryvers en Muylle.

Wetsvoorstel om grens op 24 weken aan te passen

Na een zwangerschap van ten minste 24 weken hebben ouders die hun kindje verliezen vandaag recht op 10 dagen rouwverlof. “Te weinig en te laat", aldus Kamerlid Nathalie Muylle. Zij diende daarom een wetsvoorstel in de Kamer in waarmee ze ouders van stilgeboren kinderen na een zwangerschapsduur van 20 weken in plaats van na de huidige 24 weken de mogelijkheid wil geven om rouwverlof op te nemen. In haar voorstel pleit ze ook voor een uitbreiding van 10 naar 20 dagen, op te nemen tot een jaar na het overlijden. “In de praktijk nemen de meeste ouders ziekteverlof omdat het rouwverlof onvoldoende is. Maar rouwen is geen ziekte en verloopt ook voor iedereen anders. Ouders meer tijd geven is absoluut noodzakelijk”, stelt Muylle. Met dit voorstel wordt ook tegemoet gekomen aan de vraag van het Berrefonds, dat ouders ondersteunt bij het verlies van een baby.

Eerder nam cd&v al verschillende initiatieven om ouders van sterrenkindjes beter te ondersteunen. Zo nam Schryvers het initiatief om ouders altijd de mogelijkheid te geven hun stilgeboren kindje te begraven of te cremeren, ongeacht de duur van de zwangerschap en ligt ze aan de basis van de zogenaamde sterretjesweides, waar ouders de mogelijkheid krijgen om hun stilgeboren kindje een laatste rustplaats te geven.

 

 

Nieuws

Recordaantal meldingen van ernstige gebeurtenissen in ouderenvoorzieningen

Het aantal meldingen van ernstige gebeurtenissen in ouderenzorgvoorzieningen kende in 2025 een sterke toename, van 91 in 2024 tot 152 in 2025. Daarmee gaat het om het hoogste aantal sinds het begin van de monitoring, zo blijkt uit info die Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (cd&v) opvroeg. De overgrote meerderheid van de meldingen is afkomstig vanuit woonzorgcentra. “Uiteraard kan de toename deels te verklaren zijn door de toegenomen alertheid voor de veiligheid en het welzijn van bewoners. Maar dat neemt niet weg dat het hier om een recordaantal meldingen gaat van ernstige incidenten die zich voordoen bij een bijzonder kwetsbare groep mensen”, stelt Schryvers. Cd&v vraagt een onderzoek en wil meer inzetten op vaste personeelsequipes om onveilige situaties tegen te gaan.

ondergrondse parkeergarages aan voor mensen met beperking: Minder dan 1 op 10 parkings voldoet aan de norm

Uit een steekproef van cd&v in Antwerpen en Gent blijkt dat van de in totaal 74 ondergrondse parkings er slechts 7 voldoen aan de minimumnorm voor aangepaste plaatsen. Ook rondvragen in andere regio’s bevestigen die trend. “Wie een beperking heeft, wordt op deze manier twee keer uitgesloten”, klaagt cd&v-parlementslid Katrien Schryvers aan. De partij dient een voorstel in om het aantal plaatsen drastisch te verhogen.

8 op de 10 kiest voor crematie

Nog nooit was de keuze voor crematie zo uitgesproken als in 2025. Vorig jaar viel na een overlijden de keuze in 8 op de 10 gevallen op crematie. Dat  blijkt uit de cijfers die Vlaams parlementslid Katrien Schryvers opvroeg. “Crematie biedt nabestaanden meer opties om een persoonlijke invulling te geven aan de laatste rustplaats”, aldus Schryvers. “Van een gemeentelijke strooiweide of columbarium tot een urne thuis of een andere bestemming. Bovendien kiezen meer en meer mensen bewust voor een terugkeer naar de natuur. Het is daarom belangrijk dat lokale besturen daarop inspelen en actief onderzoeken waar en hoe bijkomende natuurbegraafplaatsen mogelijk zijn.”