Cd&v trekt aan alarmbel: “Ongezien capaciteitstekort in woonzorgcentra komt op ons af”

Publicatiedatum

Auteur

Katrien Schryvers

Deel dit artikel

In bijna 9 op de 10 woonzorgcentra is er een wachtlijst. In de helft van de woonzorgcentra moeten nieuwe bewoners zelfs een wachttijd doorlopen tussen 3 maanden en 1 jaar. Dat blijkt uit een bevraging van cd&v bij 292 Vlaamse woonzorgcentra. “Zonder ingrijpen zullen de wachttijden de komende jaren verder oplopen waardoor zorgbehoevende ouderen in de kou blijven staan. Bovendien is er geen garantie voor ouderen die verhuizen naar een woonzorgcentrum dat zij in hun eigen regio kunnen blijven”, stelt Vlaams parlementslid Katrien Schryvers scherp. Cd&v hekelt het  gebrek aan urgentie bij de bevoegde minister. De partij roept dringend op tot actie en schuift zelf een aantal maatregelen naar voor: kamers bijbouwen, betere remediëringstrajecten om  sluitingen te vermijden, verloren plaatsen herverdelen en meer autonomie voor woonzorgcentra om te bepalen hoe ze hun beschikbare plaatsen invullen.

Bevraging

Vlaams parlementslid Katrien Schryvers bevroeg de Vlaamse woonzorgcentra over hun wachtlijst en hun capaciteit. 292 woonzorgcentra, ruim 1 op 3, vulde de vragenlijst in. Uit de resultaten blijkt dat 88% van hen op 28 februari 2026 een wachtlijst had, gaande van 1 tot enkele honderden wachtenden. “Nuance daarbij kan zeker zijn dat dezelfde mensen misschien op meerdere wachtlijsten staan en dat er ook heel wat mensen preventief op een wachtlijst staan.”

254 woonzorgcentra maakten een inschatting van de wachttijd tot opname. Daarvan zegt een vierde een wachttijd te hebben van 1 tot 3 maanden (24,8%). Bijna een derde (29,9%) geeft aan dat nieuwe bewoners 3 tot 6 maanden moeten wachten voor een opname. Een vijfde van de woonzorgcentra zegt dat nieuwe bewoners 6 maanden tot een jaar geduld moeten uitoefenen (21,3%). Wachttijden van korter dan 1 maand of langer dan 1 jaar zijn eerder uitzonderlijk.

Bijna de helft van de bevraagde woonzorgcentra (48,1%) zegt dat het aantal plaatsen dat zij aanbieden niet of eerder niet volstaat om aan de vraag van nieuwe bewoners tegemoet te komen. Slechts 31,2% denkt dat de capaciteit zeker wel of eerder wel zal volstaan. “Dit baart ons ernstige zorgen”, stelt Schryvers. “Mensen blijven het liefst zo lang mogelijk thuis wonen, maar soms is dat omwille van de hoge zorgnood niet meer mogelijk. Dat deze kwetsbare ouderen maanden zouden moeten wachten op de meest aangepaste zorg is niet verantwoord: ouderen moeten gerust kunnen zijn dat ze de nodige zorg gaan krijgen als dat nodig is. Ook als een verhuis naar een woonzorgcentrum nodig is, moeten we hen de gemoedsrust kunnen geven dat er plaats in hun vertrouwde buurt beschikbaar is, in plaats van in onzekerheid op een wachtlijst te moeten gaan staan en dan uiteindelijk noodgedwongen naar een plek ver weg van iedereen die vertrouwd is te moeten verhuizen.”

Uitstel van bijkomende capaciteit en sluitingen

De cijfers tonen aan dat de groei van de capaciteit te traag verloopt. Binnen de erkenningskalender, die liep tot eind 2025 maar werd verlengd tot eind 2026, zijn er nog 2254 woongelegenheden die al vergund zijn, maar nog niet gerealiseerd. “Dat is zorgwekkend”, vindt Schryvers, die de cijfers daarover opvroeg. Bovendien vragen steeds meer woonzorgcentra uitstel voor het effectief realiseren van deze vergunde plaatsen. En van uitstel komt afstel. Eind 2024 bleek al dat 344 vergunde plaatsen die nog niet gebouwd zijn, intussen ook vervallen zijn. Die plaatsen zullen dus ook niet meer gebouwd worden. Eind 2025 ging het al om 534 plaatsen. Een toename dus van 190 plaatsen.

Ondertussen sluiten er helaas ook woonzorgcentra. Zo betekent de sluiting van woonzorgcentrum Vordenstein te Schoten vorige maand een verlies van 129 erkende woongelegenheden in een woonzorgcentrum en 10 verblijfseenheden in een centrum voor kortverblijf. In 2023 verdwenen 138 erkende woongelegenheden door de sluiting van woonzorgcentrum Park Lane in Antwerpen. In 2024 verdwenen 41 erkende woongelegenheden door de sluiting van woonzorgcentrum Ofelia in Overijse. En er zijn thans een aantal woonzorgcentra die al aangaven dat de toekomst voor hen onzeker is.

“Niet alleen zien we dat de bouw van eerder geplande bijkomende capaciteit niet of pas met grote vertraging wordt gerealiseerd, aan de andere kant gaan er door vrijwillige of gedwongen sluitingen ook plaatsen verloren”, aldus Schryvers, “Een dubbel negatief effect dus voor wat betreft de capaciteit. Terwijl de vergrijzing niet wacht.”

Remediëringstrajecten

“Gezien de vergrijzing en gezien de grote impact van een sluiting van een woonzorgcentrum op de bewoners en het personeel, is het behoud van bestaande capaciteit uiterst belangrijk. Elk mogelijk verlies aan plaatsen moet voorkomen worden”, aldus Schryvers. Cd&v pleit daarom voor betere remediëringstrajecten wanneer ergens iets niet loopt zoals het zou moeten. “Tot nu toe werd er zelden een voorlopig bewindvoerder of een crisismanager aangesteld om een problematische situatie in een woonzorgcentrum recht te trekken”, zegt Schryvers. “Maar het is echt nodig om alle opties om sluitingen te vermijden wel degelijk te benutten. Ook zou er vanuit het Departement Zorg veel sneller moeten worden ingegrepen wanneer blijkt dat het beheer van een woonzorgcentrum niet naar behoren gebeurt.”

“Als het dan toch komt tot een sluiting, zouden andere woonzorgcentra in de buurt de opengevallen plaatsen moeten kunnen overnemen”, vult Schryvers aan. “Door de opschorting van de erkenningskalender tot eind dit jaar, is dat nu niet mogelijk. Maar als er woonzorgcentra zijn die alsnog willen investeren om capaciteit die anders verloren dreigt te gaan te behouden, mogen we dat toch niet tegenhouden?”

Erkenningskalender

De erkenningskalender bepaalt, op basis van demografische prognoses, hoeveel bijkomende woongelegenheden jaarlijks kunnen worden gebouwd in en door de woonzorgcentra. “Planning was om in 2025 een nieuwe erkenningskalender op te maken, maar minister Gennez heeft deze opgeschort tot eind 2026. Dit zorgt voor een impasse in het creëren van nieuwe capaciteit in de sector”, zegt Schryvers, “De vergrijzing en de nood aan bijkomende plaatsen staat echter niet meer ter discussie. Minister Gennez moet dringend werk maken van een nieuwe erkenningskalender en een nieuwe programmatie. De woonzorgcentra hebben echt nood aan een duidelijk sturingsinstrument om het aanbod te kunnen afstemmen op de vraag. Vandaag botsen zij op een muur. Vergeet ook niet dat een woonzorgcentrum bouwen een werk van jaren is.”

De woonzorgcentra zelf pleiten voor meer autonomie in het bepalen van hun aanbod. Concreet stelt zich de vraag om plaatsen in kortverblijf om te vormen tot plaatsen in het woonzorgcentrum en andersom. “Door deze flexibiliteit in het invullen van plaatsen kunnen zij beter inspelen op de vraag, zoals bijvoorbeeld een verhoogde nood aan kortverblijf tijdens de zomervakantie”, legt Schryvers uit. “Momenteel is het omschakelen tussen plaatsen niet mogelijk. Cd&v pleit voor meer flexibiliteit.”

Urgentie

Tot slot dringt  Schryvers  er bij de minister ook op aan om sneller werk te maken van een zorgprognosemodel, dat nu vooruit wordt geschoven naar 2029. "Minister Gennez zegt zelf vooral te willen inzetten op dat mensen langer thuis kunnen blijven wonen. Uiteraard is dat een mooie doelstelling die cd&v helemaal onderschrijft", aldus Schryvers. "Alleen is het zo dat de gemiddelde leeftijd waarop mensen naar een woonzorgcentrum verhuizen al sterk gestegen is: 3 op de 10 mensen die verhuizen naar een woonzorgcentrum zijn 90 jaar of ouder. Dat mensen almaar ouder zijn bij een verhuis is mee te danken aan het beleid van cd&v de voorbije jaren om sterker in te zetten op thuiszorg en zorgzame buurten. Maar dan nog kan er voor veel mensen op erg hoge leeftijd toch een moment komen waarop zelfstandig blijven wonen echt niet meer verantwoord is. Het is voor die mensen dat ik aan de minister vraag om niet langer te talmen."

“We kunnen niet nog drie jaar wachten om actie te ondernemen. We weten dat de vergrijzing vraagt om bijkomende capaciteit in de residentiële ouderenzorg en alle alarmsignalen staan op rood”, zegt Schryvers, “Het is onbegrijpelijk dat de minister de urgentie niet inziet en zich zelfs negatief uitlaat over de woonzorgcentra. Kwetsbare ouderen maanden laten wachten op aangepaste zorg: dat is niet de samenleving waar cd&v voor staat.”

Nieuws

Zorgvrijwilligers mogen vanaf nu ook mee naar winkel, apotheek, of op bezoek bij familie

Vrijwilligers die via de diensten voor oppashulp bij zorgbehoevenden thuis komen om te ondersteunen, mogen dat vanaf nu ook buitenshuis doen. Vlaams parlementslid Katrien Schryvers en minister van welzijn Caroline Gennez vonden mekaar in de overtuiging van de meerwaarde hiervan. Het voorstel van decreet dat Schryvers samen met collega’s van de andere meerderheidspartijen indiende, werd op 7 juli unaniem goedgekeurd in de commissie welzijn. Zo zullen de oppashulpen in de toekomst mee een boodschap kunnen doen, een activiteit kunnen begeleiden of simpelweg een wandeling kunnen doen, waar ze in het verleden enkel in de thuissituatie mochten helpen. 

Leegstand in assistentiewoningen is slecht voor de bewoners en onverantwoord in tijden van woningtekorten

Volgens recente cijfers staan naar schatting 2.500 assistentiewoningen structureel leeg. Dat creëert risico’s voor de bewoners en problemen voor particulieren die investeerden in zo’n assistentiewoning. “Gezien de vraag naar aangepaste woonvormen alleen maar toeneemt, is deze leegstand ook maatschappelijk niet te verantwoorden”, aldus Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (cd&v). Die leegstand wil Vlaanderen aanpakken. Met een gezamenlijk voorstel van resolutie vragen cd&v, N-VA en Vooruit responsabilisering van initiatiefnemers, meer rechtszekerheid voor bewoners en onderzoek om groepen van assistentiewoningen om te vormen tot toekomstgerichte woonzorgprojecten.

Cd&v voert druk op: “Maak eindelijk werk van stagevergoeding voor studenten verpleegkunde”

Op de laatste dag van het schooljaar is er nog steeds geen duidelijkheid over de onkostenvergoeding voor vierdejaarsstudenten verpleegkunde die stagelopen in zorgvoorzieningen. “Nochtans is zowel het Vlaamse als het federale regeerakkoord klaar en duidelijk. Waarom laat de regeling zo lang op zich wachten?”, vraagt Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (cd&v).