Begeleiding van gezinnen even belangrijk als terugvordering schooltoeslag

Publicatiedatum

Auteur

Katrien Schryvers

Deel dit artikel

Vorig schooljaar moesten de gezinnen van 8.802 leerlingen de schooltoeslag terugbetalen, omdat de leerling in kwestie te vaak onwettig afwezig was geweest van school. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (cd&v) opvroeg. Volgens Schryvers is het belangrijk om die leerlingen goed op te volgen: “Het terugvorderen van de schooltoeslag moet altijd samengaan met opvolging via een traject: waarom is die leerling zo vaak afwezig? Is er in dat gezin iets aan de hand? Vandaag varen we blind: we weten niet hoeveel trajecten werden opgestart en welke impact de terugvordering heeft op die gezinnen. Ouders moeten gewezen worden op het belang van naar school gaan voor de toekomst van hun kinderen. Terugvorderen van de schooltoeslag is slechts een middel, het doel moet zijn: zo veel mogelijk kinderen op school.”

De schooltoeslag is een jaarlijkse steun voor gezinnen met schoolgaande kinderen en een laag inkomen. Deze toeslag werd voor schooljaar 2024-2025 automatisch berekend en toegekend aan gezinnen van 534.386 leerlingen van het kleuter, basis- en secundair onderwijs in Vlaanderen. Voor het schooljaar 2025-2026 gaat het om 497.467 leerlingen (voorlopige cijfers). Tot en met schooljaar 2024-2025 gold dat wanneer leerlingen dertig of meer halve schooldagen per schooljaar ongewettigd afwezig zijn, en dit twee schooljaren op rij, dan werd de schooltoeslag van het laatste jaar teruggevorderd. Vlaanderen besliste om vanaf schooljaar 2025-2026 de termijn waarop de onwettige afwezigheden worden berekend terug te brengen van twee schooljaren naar één schooljaar.

“De schooltoeslag dient om gezinnen te ondersteunen in de schoolkosten”, licht Vlaams parlementslid Katrien Schryvers toe, “Daar staat dan vanzelfsprekend tegenover dat de kinderen ook effectief naar school gaan. Dit is immers enorm belangrijk voor hun verdere toekomst.”

Meer dan 8.800 leerlingen

Die terugvordering gebeurde de voorbije drie schooljaren telkens voor meer dan 8.000 kinderen, zo blijkt uit cijfers die Vlaams parlementslid Katrien Schryvers opvroeg. In het schooljaar 2022-2023 werd de schooltoeslag teruggevorderd voor in totaal 8.109 leerlingen, in het schooljaar 2023-2024 steeg dit naar 8.223 leerlingen en in het schooljaar 2024-2025 nam het opnieuw toe tot 8.802 leerlingen (+7%). Het vaakst (respectievelijk 71,2%, 71,7% en 72,4%) ging het over leerlingen uit het secundair onderwijs. Binnen die groep is de toename van het aantal terugvorderingen ook het grootst (+8%).

 

 

Kleuteronderwijs

 

Lager onderwijs

 

Secundair onderwijs

 

‘22-‘23

‘23-‘24

‘24-‘25

‘22-‘23

‘23-‘24

‘24-‘25

‘22-‘23

‘23-‘24

‘24-‘25

Antwerpen

419

432

472

253

267

260

1.472

1.516

1.624

Limburg

134

125

119

152

161

137

744

751

750

Oost-Vlaanderen

332

309

345

405

372

436

1.717

1.733

2.033

Vlaams Brabant

104

120

120

106

106

110

630

670

689

West-Vlaanderen

113

139

143

79

85

112

616

685

784

Overige

122

120

110

114

88

66

597

544

492

Totaal

1.224

1.245

1.309

1.109

1.079

1.121

5.776

5.899

6.372

Brede preventieve aanpak

Vlaanderen besliste in december 2024 om de termijn waarop de onwettige afwezigheden worden berekend terug te brengen van twee schooljaren naar één schooljaar. Door de termijn te verkorten, kan er sneller worden ingegrepen en kan de leerling in kwestie ook een betere opvolging krijgen. “Het terugvorderen van de schooltoeslag mag pas een laatsten, een soort van ultieme poging. In de eerste plaats is het belangrijk in te zetten op een brede preventieve aanpak om ongewettigde afwezigheden tegen te gaan. Het kan niet de bedoeling zijn om ouders plots voor een voldongen feit te plaatsen, zonder een traject op te starten met de leerling en zijn of haar ouders. De bedoeling van deze maatregel moet immers net zijn om ervoor te zorgen dat kinderen aanwezig zijn op school, niet om de ouders in de problemen te brengen.”

Schryvers verwijst daarbij onder meer naar de rol van de CLB (Centra voor leerlingenbegeleiding). ”Wanneer een leerling een bepaald aantal keren ongewettigd afwezig is, is het van belang om met die leerling en de ouders in gesprek te gaan en de reden van het spijbelen te achterhalen. Gaat het over een jonge mantelzorger die thuis erg onder druk staat, over iemand die zich niet thuis voelt in zijn studierichting of is er een andere reden voor het chronisch spijbelgedrag”, aldus Schryvers, “Zulke preventieve trajecten bewandelen, is veel effectiever dan louter sanctioneren.”

“Bovendien kan veelvuldig ongewettigd afwezig zijn een voorbode zijn van vroegtijdig schoolverlaten”, gaat Schryvers verder, “Hiervoor kan het nodig zijn om vanuit het CLB samen met welzijnspartners met die jongere aan de slag te gaan. Het spijbelgedrag kan immers ook te maken hebben met een moeilijke thuissituatie of andere complexere problematieken die zeker ook de nodige aandacht vereisen.”

Correcte registratie en informatie

Schryvers vindt dan ook dat de terugvordering van de schooltoeslag nooit een verrassing mag zijn. “Het doel van de maatregel primeert: we willen kinderen op school. Naast een preventieve aanpak, moeten ouders duidelijk geïnformeerd worden waarom het zo belangrijk is dat hun kinderen effectief naar school gaan”, zegt het parlementslid. “Ook zij moeten daarin hun verantwoordelijkheid opnemen.”

Ten slotte wijst Schryvers op het belang van correcte registratie van de afwezigheden. “De scholen zijn zelf verantwoordelijk voor de registratie en de opvolging van de afwezigheden, maar het is toch echt wel belangrijk dat dit overal op een uniforme manier gebeurt”, vindt het parlementslid, “Zo stelde het Kinderrechtencommissariaat vast dat leerlingen die te laat op school aankomen, ook soms als ongewettigd afwezig worden geregistreerd. Wanneer dat bijvoorbeeld te maken heeft met nieuwe uurroosters van het openbaar vervoer, hoeft dat echter geen reden te zijn om de schooltoeslag terug te vorderen.”

Nieuws

Zorgvrijwilligers mogen vanaf nu ook mee naar winkel, apotheek, of op bezoek bij familie

Vrijwilligers die via de diensten voor oppashulp bij zorgbehoevenden thuis komen om te ondersteunen, mogen dat vanaf nu ook buitenshuis doen. Vlaams parlementslid Katrien Schryvers en minister van welzijn Caroline Gennez vonden mekaar in de overtuiging van de meerwaarde hiervan. Het voorstel van decreet dat Schryvers samen met collega’s van de andere meerderheidspartijen indiende, werd op 7 juli unaniem goedgekeurd in de commissie welzijn. Zo zullen de oppashulpen in de toekomst mee een boodschap kunnen doen, een activiteit kunnen begeleiden of simpelweg een wandeling kunnen doen, waar ze in het verleden enkel in de thuissituatie mochten helpen. 

Leegstand in assistentiewoningen is slecht voor de bewoners en onverantwoord in tijden van woningtekorten

Volgens recente cijfers staan naar schatting 2.500 assistentiewoningen structureel leeg. Dat creëert risico’s voor de bewoners en problemen voor particulieren die investeerden in zo’n assistentiewoning. “Gezien de vraag naar aangepaste woonvormen alleen maar toeneemt, is deze leegstand ook maatschappelijk niet te verantwoorden”, aldus Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (cd&v). Die leegstand wil Vlaanderen aanpakken. Met een gezamenlijk voorstel van resolutie vragen cd&v, N-VA en Vooruit responsabilisering van initiatiefnemers, meer rechtszekerheid voor bewoners en onderzoek om groepen van assistentiewoningen om te vormen tot toekomstgerichte woonzorgprojecten.

Cd&v voert druk op: “Maak eindelijk werk van stagevergoeding voor studenten verpleegkunde”

Op de laatste dag van het schooljaar is er nog steeds geen duidelijkheid over de onkostenvergoeding voor vierdejaarsstudenten verpleegkunde die stagelopen in zorgvoorzieningen. “Nochtans is zowel het Vlaamse als het federale regeerakkoord klaar en duidelijk. Waarom laat de regeling zo lang op zich wachten?”, vraagt Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (cd&v).