Aantal werkstraffen blijft enorm hoog

Publicatiedatum

Tags

parlement

Auteur

Katrien Schryvers

Deel dit artikel

Vorig jaar ontvingen de justitiehuizen 5498 werkstraffen, dat vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers in antwoord op een parlementaire vraag. Dat zijn er ongeveer 300 minder dan in recordjaar 2021, maar nog altijd beduidend meer dan in alle voorgaande jaren. Verkeersovertredingen, eigendomsdelicten en drugsdelicten vorm blijven de top drie uitmaken van feiten waarvoor het vaakst werkstraffen worden uitgesproken. Om zoveel werkstraffen ook effectief te kunnen laten uitvoeren, is het noodzakelijk om in te zetten op een voldoende gebiedsdekkend aanbod aan prestatieplaatsen.

Wanneer een dader van een misdrijf wordt veroordeeld tot een werkstraf moet hij of zij 20 tot 300 uren niet-betaalde arbeid verrichten bij een niet-commerciële instelling, zoals een overheidsdienst of een vzw. “De werkstraf is een autonome straf die de veroordeelde niet uit de maatschappij wegneemt, maar die er net op gericht is om het gemeenschapsgevoel terug te versterken en zo te werken aan re-integratie”, legt Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers uit, “Ook herstel van de schade is een belangrijk element.”

Opnieuw een recordjaar

In 2022 ontvingen de Vlaamse justitiehuizen 5498 autonome werkstraffen, zo blijkt uit cijfers die Schryvers verkreeg in antwoord op parlementaire vragen aan Vlaams minister voor Justitie Zuhal Demir (N-VA).

Enkel het jaar 2021 werd een hoger aantal opgetekend, nl 5788 werkstraffen. Dit recordcijfer was te verklaren omwille van de inhaalbeweging die toen gemaakt werd na coronajaar 2020. Bovendien werden tijdens de coronaperiode overtredingen tegen de coronamaatregelen vaak bestraft met een werkstraf.

“2022 sloot met 5498 werkstraffen af met een nominale daling van 290 werkstraffen tegenover 2021, maar als je weet dat er in 2022 enerzijds een inhaalbeweging was na coronajaar 2020, en dat overtredingen tegen coronamaatregelen vaak werden bestraft met een werkstraf en opgedeeld in de categorie ‘openbare orde’, net die categorie waar er een daling te zien is met 336 dossiers, dan kan je niet anders dan besluiten dat het opleggen van een werkstraf steeds meer gangbaar wordt”, zegt Schryvers.

In de provincie Antwerpen werden vorig jaar de meeste dossiers geregistreerd, nl. 1729 of zo goed als evenveel als in 2021. Binnen de provincie neemt het justitiehuis van Antwerpen met 1140 werkstraffen het leeuwenaandeel voor haar rekening, gevolgd door Turnhout (308) en Mechelen (281).

De justitiehuizen van de regio Brussel- Leuven ontvingen in 2022 in totaal 1386 dossiers. Oost-Vlaanderen staat traditioneel op drie met 1230 werkstraffen, gevolgd door West-Vlaanderen (613) en Limburg (540).

Tabel: Aantal geregistreerde werkstraffen per provincie

 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

Antwerpen

1306

1377

1237

1131

1280

1437

1313

1735

1729

Brussel-Leuven

686

703

665

753

730

819

815

1556

1386

Limburg

442

429

374

289

302

465

435

603

540

Oost-Vlaanderen

1188

1142

990

912

861

1016

763

1176

1230

West-Vlaanderen

563

637

660

578

609

553

524

718

613

Totaal

4185

4288

3926

3663

3782

4290

3850

5788

5498

De top drie van misdrijven waarvoor werkstraffen worden opgelegd, blijft al jaren onveranderd. Zo werden de meeste werkstraffen opgelegd naar aanleiding van een verkeersovertreding, gevolgd door eigendomsdelicten (951) en drugsdelicten (819). Eén vonnis kan betrekking hebben op meerdere feiten. Zo kan iemand bijvoorbeeld een werkstraf opgelegd krijgen voor een eigendomsdelict én een drugsdelict.

De daling in het segment openbare orde is te verklaren door het feit dat overtredingen van de coronamaatregelen vaak werden bestraft met een werkstraf, en onder deze noemer werden ondergebracht. Vanaf begin 2022 vervielen de meeste van deze maatregelen.

“Dat er in 2022 opnieuw zoveel dossiers bij de justitiehuizen toekwamen, toont aan dat voor een aantal misdrijven de werkstraf veelvuldig en courant wordt toegepast.”, aldus Schryvers.

Jonge daders

Het totaal van 5498 werkstraffen had betrekking op  5214 werkgestraften. Dat betekent dat sommigen meerdere keren een werkstraf kregen opgelegd. Wie veroordeeld wordt tot een werkstraf was vorig jaar het vaakst tussen 18 en 24 jaar oud (2117). De tweede meest vertegenwoordigde leeftijdscategorie is die van de 25- tot 34-jarigen (1470). Deze tendens blijft doorheen de jaren dezelfde. “Een werkstraf wijst deze jonge mensen op hun verantwoordelijkheid en vraagt van hen inzet voor de maatschappij. Dat is vaak veel effectiever dan bijv. een geldboete of een andere straf”, aldus Schryvers.

Slaagpercentage

In 2022 werden in totaal 5759 dossiers autonome werkstraf afgesloten. Hiervan werden 4055 werkstraffen volledig uitgevoerd, zo vernam Schryvers nog. 436 werkstraffen werden deels uitgevoerd. De werkstraf werd dan wel opgestart, maar tijdens de uitvoering ervan werden problemen ervaren en stelde de probatiecommissie een vervangende straf voor. 1076 werkstraffen werden niet uitgevoerd, dit wil zeggen dat de werkstraf nooit werd opgestart omdat de veroordeelde bijvoorbeeld niet inging op de uitnodiging van de justitieassistent. Ook dan werd een vervangende straf voorgesteld. Bij 192 werkstraffen lagen er andere redenen (vb. opdracht niet uitvoerbaar, overlijden of onbekende reden) aan de basis van de niet-uitvoering.

In totaal werd in 70,4% van de afgesloten dossiers, of bijna 3 op 4, de werkstraf volledig uitgevoerd. Dat slaagpercentage is de afgelopen jaren redelijk stabiel gebleven. Er is vanaf 2020 (73,3%) wel een lichte daling vast te stellen, die zich verder heeft gezet in 2021 (71,2%) en 2022.

“Als er een werkstraf wordt opgelegd, dan is het ook belangrijk dat die wordt uitgevoerd, en dat betekent dat werkgestraften ook op een goede manier moeten worden opgevolgd,” aldus Schryvers, “Volgens het antwoord van de minister is de lichte daling van het slaagpercentage te wijten aan een kordatere opvolging.”

Nood aan voldoende plaatsen

De justitiehuizen kunnen rekenen op ongeveer 200 organisaties, steden en gemeenten die ongeveer 3000 plaatsen voorzien voor het uitvoeren van werkstraffen, zo vernam Schryvers nog.

“Werkgestraften tewerkstellen is niet altijd evident, maar wel noodzakelijk. Ook voor werkstraffen is het immers belangrijk dat ze worden uitgevoerd”, aldus Schryvers, “Het blijft dan ook noodzakelijk  om in te zetten op een voldoende, gebiedsdekkend en gedifferentieerd aanbod. Werkstraffen hebben absoluut een maatschappelijke meerwaarde. Het besef daarvan, goede informatie en begeleiding van de overheidsdiensten en organisaties waar de werkstraffen worden uitgevoerd, kunnen er zeker toe bijdragen mogelijk organisaties sneller over de streep te trekken om ook plaatsen aan te bieden.”

Nieuws

Begeleiding van gezinnen even belangrijk als terugvordering schooltoeslag

Vorig schooljaar moesten de gezinnen van 8.802 leerlingen de schooltoeslag terugbetalen, omdat de leerling in kwestie te vaak onwettig afwezig was geweest van school. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (cd&v) opvroeg. Volgens Schryvers is het belangrijk om die leerlingen goed op te volgen: “Het terugvorderen van de schooltoeslag moet altijd samengaan met opvolging via een traject: waarom is die leerling zo vaak afwezig? Is er in dat gezin iets aan de hand? Vandaag varen we blind: we weten niet hoeveel trajecten werden opgestart en welke impact de terugvordering heeft op die gezinnen. Ouders moeten gewezen worden op het belang van naar school gaan voor de toekomst van hun kinderen. Terugvorderen van de schooltoeslag is slechts een middel, het doel moet zijn: zo veel mogelijk kinderen op school.”

Wie nood heeft aan aangepast vervoer mag niet uit de boot vallen bij hervorming

Cd&v vreest dat heel wat mensen die nood hebben aan aangepast vervoer bij de nakende hervorming die de mobiliteitsminister plant uit de boot zullen vallen. De partij vraagt om garanties: “We vragen een menselijke toets voor situaties waarin mensen met een reële mobiliteitsnood niet in een vooraf bepaald administratief vakje passen, zoals ouderen of mensen die tijdelijk minder mobiel zijn door ziekte of ongeval. Die is er in het huidig kader niet waardoor zij zullen uitgesloten worden van het aangepast vervoer”, zeggen Vlaams parlementsleden An Christiaens en Katrien Schryvers.

Cd&v legt actieplan op tafel: zonder ingrijpen dreigt kleinschalige kinderopvang te verdwijnen

Steeds minder kinderen worden opgevangen bij een onthaalouder in de buurt. Waar vroeger één op drie opvangplaatsen in de gezinsopvang was, is dat vandaag nog maar één op vijf. En als er niets verandert, zal dit aantal alleen maar verder dalen. Cd&v trekt aan de alarmbel en legt een actieplan op tafel om kleinschalige kinderopvang een toekomst te geven in Vlaanderen. “Ouders moeten voor de opvang van hun kindje zelf de keuze kunnen maken: voor een vertrouwde, kleinschalige opvang dicht bij huis of voor een groter kinderdagverblijf. Die vrije keuze staat vandaag onder druk”, zegt initiatiefneemster Katrien Schryvers.