Elke dag krijgt VDAB gemiddeld meer dan 31 vacatures voor (hoofd)verpleegkundigen. Hoewel het totale aantal vacatures in de sectoren gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening in 2025 met bijna 4000 daalde, steeg de vraag naar verpleegkundigen en hoofdverpleegkundigen verder, zo blijkt uit cijfers die Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (cd&v) opvroeg “Dit is een alarmsignaal: er moeten dringend maatregelen genomen worden om de job aantrekkelijker te maken. Vandaag gebeurt er te weinig”, zo klinkt het bij cd&v. De partij schuift een aantal concrete maatregelen naar voor.
Met 54.710 nieuwe vacatures in 2025 blijft de nood aan werkkrachten in de sectoren gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening enorm hoog. Hoewel er tegenover 2024 een daling was met 3.857 vacatures (-6,6%) en het totaal aantal vacatures zelfs lager lag dan in het jaar vóór corona, ontving de VDAB vorig jaar gemiddeld toch nog 150 vacatures per dag, zo leidt Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (cd&v) af uit nieuwe cijfers die zij opvroeg.
Tabel: Totaal aantal vacatures in de sectoren maatschappelijke dienstverlening en gezondheidszorg
|
|
2019
|
2020
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
|
Totaal aantal vacatures
|
56.476
|
48.185
|
61.110
|
61.415
|
57.320
|
58.567
|
54.710
|
Vooral verpleegkundigen en hoofdverpleegkundigen
In een vijfde (20,9%) van alle vacatures in de sectoren gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening ging men op zoek naar een verpleegkundige of een hoofdverpleegkundige, zo blijkt nog uit de cijfers van Schryvers.
Ondanks de daling in het totaal aantal vacatures, bleef de vraag naar deze profielen in 2025 stijgen. Met 11.451 vacatures voor een verpleegkundige of een hoofdverpleegkundige telde VDAB er vorig jaar 207 meer dan in 2024 en maar liefst 4.026 meer dan in 2019, het jaar vóór corona (+54,2%). Zo staat deze job al sinds 2021 met stip op nummer 1 van de meest gevraagde functies. “De nood aan verpleegkundigen en hoofdverpleegkundigen is ontzettend groot. Gemiddeld werden hiervoor meer dan 31 vacatures per dag gemeld. Als je deze cijfers ziet, dan besef je hoe enorm de uitdaging is om mensen warm te maken voor deze job”, aldus Schryvers.
Wat betreft het aantal vacatures in 2025 staan op de tweede en derde plaats ‘opvoeder begeleider’ (5.342 vacatures) en ‘huishoudhulp-poetshulp’ (5.042 vacatures), telkens met minder dan de helft van het aantal vacatures als voor (hoofd)verpleegkundigen. Op de vierde plaats staan zorgkundigen. Hiervoor ontving VDAB vorig jaar 4.245 vacatures. Het aantal vacatures voor deze beroepsgroepen lag in 2025 in het algemeen iets lager dan in 2024.
Tabel: Top 4 van de meest gevraagde jobs in de sectoren maatschappelijke dienstverlening en gezondheidszorg
|
Beroep
|
2019
|
2020
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
|
(Hoofd)verpleegkundige
|
7.425
|
7.459
|
9.338
|
10.556
|
10.475
|
11.244
|
11.451
|
|
Opvoeder begeleider
|
4.244
|
3.612
|
6.143
|
6.817
|
6.285
|
6.087
|
5.342
|
|
Huishoudhulp- poetshulp
|
16.538
|
11.698
|
9.107
|
5.113
|
4.913
|
5.460
|
5.042
|
|
Zorgkundige
|
4.259
|
3.399
|
4.268
|
4.616
|
4.262
|
4.679
|
4.245
|
Maatregelen
Voor cd&v moet op verschillende sporen gewerkt worden om op korte termijn iets te doen aan het hoge aantal openstaande vacatures in de zorg. Een eerste prioriteit is een betere ondersteuning van nieuw zorgpersoneel, zowel voor stagiairs als voor wie pas in de sector start. “Ook bij jonge zorgverleners zien we een groot probleem,” stelt Schryvers. “Maar liefst één op de vier verpleegkundigen jonger dan 35 jaar geeft aan binnen afzienbare tijd een ander beroep te willen. Dat heeft vaak te maken met een gebrek aan begeleiding en omkadering in de eerste jaren.” Schryvers wijst erop dat in de zomer van 2025 een engagementsverklaring werd ondertekend door alle betrokken stakeholders om de kwaliteit van stages te verbeteren. “Maar op het terrein zien we daar vandaag nog weinig van. Ik roep minister Gennez op om hier dringend werk van te maken, zodat er tegen het volgende academiejaar concrete maatregelen zijn voor betere stagebegeleiding en een sterke onboarding van nieuwe zorgmedewerkers.”
Daarnaast vraagt Schryvers ook een structurele oplossing voor de onkostenvergoeding van vierdejaarsstudenten verpleegkunde. Vlaanderen neemt die vergoeding sinds 2020 op zich met middelen vanuit Welzijn of Onderwijs, maar het was altijd de bedoeling dat werkgevers – waar de stage-uren effectief worden gepresteerd – deze vergoeding zouden dragen. Een VIO-statuut voor verpleegkundigen, zoals voorzien in het federale regeerakkoord, kan volgens Schryvers een duurzame oplossing bieden. “Ook minister Gennez geeft aan dat dit er moet komen, maar federaal minister Frank Vandenbroucke laat een ander geluid horen. Wij roepen beide Vooruit-ministers op om zo snel mogelijk tot een gedeeld standpunt te komen en een duurzame regeling voor de stagevergoeding uit te werken.”
Tot slot benadrukt Schryvers dat werkbaar werk in de zorg essentieel blijft om personeel te behouden. Veel zorgverleners geven aan dat ze te veel tijd kwijt zijn aan administratie. “De inzet van minister Gennez op administratieve vereenvoudiging is een stap in de goede richting,” zegt Schryvers. “Maar die vereenvoudiging mag zich niet beperken tot het organisatorisch makkelijker maken voor voorzieningen. Ze moet vertrekken vanuit de dagelijkse realiteit van het zorgpersoneel: welke registraties moeten zij vandaag allemaal doen en zijn die echt noodzakelijk?” Volgens Schryvers kan ook technologie helpen om de werkdruk te verlagen. “Door sterker in te zetten op gegevensdeling binnen de zorg en op technologie zoals AI kan een aanzienlijk deel van de administratieve taken worden overgenomen. Denk bijvoorbeeld aan de volledige implementatie en optimalisatie van het Elektronisch Patiëntendossier. Ik roep de minister op om deze pistes mee te nemen in de oefening rond administratieve vereenvoudiging, zodat we echt het verschil maken voor het zorgpersoneel.”
“Ieder van ons heeft ooit nood aan zorg. Laat ons dan ook zorg dragen voor onze zorgers en het tekort aan zorgpersoneel structureel aanpakken. Het is geen 5 voor 12 maar 5 na 12. Tijd voor actie!”