Enorm verloop bij directies van woonzorgcentra

Publicatiedatum

Auteur

Katrien Schryvers

Deel dit artikel

Van de 818 Vlaamse woonzorgcentra kregen er in de eerste helft van 2024 maar liefst 140 een nieuwe directeur. In dezelfde periode werd in 124 woonzorgcentra het contract van de directeur beëindigd. Dat blijkt uit nieuwe informatie die Vlaams parlementslid Katrien Schryvers opvroeg. “Deze cijfers zijn echt onthutsend", vindt zij, "Op een half jaar tijd kreeg dus meer dan één op zes woonzorgcentra een nieuwe directeur.” Dat heeft ook een impact op de dagelijkse werking van het woonzorgcentrum. Een groot verloop bij de directies is natuurlijk niet bevorderlijk voor de continuïteit van het beleid.”

De komende jaren zijn er duizenden nieuwe werknemers nodig in de socialprofitsector om een antwoord te kunnen bieden op de gevraagde mankracht. Onder meer de vervangingsnood is groot door het grote aantal 55-plussers dat in de zorg- en welzijnssector werkzaam is. De sector groeit bovendien continu door de toenemende vraag naar zorg omwille van de vergrijzing en omwille van de steeds grotere groep zorgvragers met een chronische en complexe pathologie. 

Een specifieke job in de sector is die van directeur van een woonzorgcentrum. Uit cijfers die Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (cd&v) opvroeg blijkt dat in de eerste jaarhelft van 2024 maar liefst 124 directeurs van een woonzorgcentrum hun functie neerlegden. 140 woonzorgcentra kregen in de eerste helft van 2024 een nieuwe directeur.

 

 

Provincie

Eerste helft 2024

Aantal directeurs waarvan het contract werd beëindigd

Aantal nieuwe directeurs

Antwerpen

37

45

Limburg

13

14

Oost-Vlaanderen

28

31

Vlaams-Brabant

20

24

West-Vlaanderen

26

26

Eindtotaal

124

140

 

“Op een totaal van 818 Vlaamse woonzorgcentra is dat respectievelijk 15,2 procent en 17,1 procent en dus een zeer hoog cijfer”, vindt Schryvers, “De redenen van de contractbeëindiging zijn niet gekend. Daar zullen wellicht ook pensioneringen bij zijn, maar het wijst toch op een groot verloop.” Volgens Schryvers ervaren ook directeurs van woonzorgcentra een grote werkdruk, niet in het minst omwille van de personeelstekorten en de grote administratieve belasting. “Directies van woonzorgcentra moeten van heel wat markten thuis zijn. De stringente regels, rapporteringsverplichtingen aan alle kanten en de continue zoektocht om het juiste personeelslid te vinden, zijn een grote bekommernis. Omwille van de tekorten moeten directies ook te vaak bezig zijn met tal van andere zaken, en worden ze vaak een manusje-van-alles”, aldus Schryvers, “Net zoals bij het zorgend personeel is een groot verloop bij de directies niet bevorderlijk voor de continuïteit van de dienstverlening binnen een woonzorgcentrum.”

Schryvers doet dan ook een oproep naar meer flexibiliteit en minder planlast. “Het is echt dringend nodig dat directies meer vertrouwen krijgen en dat de aantrekkelijkheid van de job wordt verhoogd”, aldus het parlementslid, “Minder bezig moeten zijn met administratieve verplichtingen en meer flexibiliteit in wie welke zorgtaken op zich kan nemen, kan ademruimte geven om echt bezig te zijn met de kerntaak van het woonzorgcentrum dat ze leiden, nl. warme en kwalitatieve zorg, met tijd voor bewoners en medewerkers,” besluit Schryvers.

Nieuws

Wie in provincie Antwerpen of Oost-Vlaanderen woont, zag aanvraag tot ontbossing dubbel zo vaak geweigerd als in West-Vlaanderen

Sinds 2022 is het aantal aanvragen tot ontheffing van het ontbossingsverbod meer dan gehalveerd, zo blijkt uit cijfers die Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (cd&v) opvroeg. Vorig jaar werden bijna evenveel aanvragen tot ontbossing geweigerd als toegestaan, terwijl in 2022 nog twee op de drie aanvragen werd ingewilligd. Het Agentschap voor Natuur en Bos weigert het vaakst ontbossingen in agrarisch gebied of in recreatiegebied. Jaarlijks hebben de meeste aanvragen betrekking op een perceel in de provincie Antwerpen. In 2025 ging het om 35 aanvragen op een totaal van 68 in heel Vlaanderen. Opvallend is dat over de voorbije vier jaar een aanvraag in de provincie Antwerpen of Oost-Vlaanderen dubbel zoveel kans maakte geweigerd te worden dan in West-Vlaanderen of Vlaams-Brabant.

Wachten op een afspraak bij het Centrum voor Rijgeschiktheid en Voertuigaanpassingen duurt het langst in provincie Antwerpen

Gemiddeld 98 dagen duurde het vorig jaar vooraleer een aanvrager een afspraak kreeg bij het Centrum voor Rijgeschiktheid en Voertuigaanpassingen. Dat is gemiddeld een dag langer dan in 2024 en bijna een maand langer dan de gemiddelde wachttijd in 2023. Dat vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers (cd&v) in antwoord op een parlementaire vraag. Wie een aanvraag doet in de provincie Antwerpen, rekent er best nog eens een tweetal weken bij. “Dat moet toch echt korter kunnen”, vindt Schryvers, “Een gebrek aan mobiliteit betekent immers vaak ook een gebrek aan kansen, en dat moeten we zo veel mogelijk vermijden.”

Aantal binnenlandse adopties was nog nooit zo laag - “Kandidaat-adoptieouders ook informeren over pleegzorg”

Vorig jaar werden 13 kinderen binnenlands geadopteerd in Vlaanderen. Dat zijn er vijf minder dan in 2024 en één minder dan in 2023. Dat blijkt uit info die Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers (cd&v) opvroeg. 377 kandidaat-adoptieouders meldden zich aan, ondanks de adoptiepauze, waarvan 167 voor de adoptie van een ongekend kind. Voor interlandelijke adoptie geldt er al sinds 2023 een adoptiepauze en binnenkort zal dit helemaal stopgezet worden. Tegelijkertijd stijgt het aantal kinderen en jongeren die wachten op een pleeggezin jaar na jaar, met vorig jaar 1.307 kinderen op de wachtlijst. Cd&v wil daarom meer kandidaat-adoptieouders warm maken voor pleegzorg. “Gezinnen die zich kandidaat stellen voor adoptie, zijn mensen met een groot hart voor kinderen. Via een eengemaakt traject kunnen we hen ook informeren over pleegzorg en hoe dat een verschil kan maken voor zowel het pleeggezin als het pleegkind”, aldus Schryvers.