Volgens recente cijfers staan naar schatting 2.500 assistentiewoningen structureel leeg. Dat creëert risico’s voor de bewoners en problemen voor particulieren die investeerden in zo’n assistentiewoning. “Gezien de vraag naar aangepaste woonvormen alleen maar toeneemt, is deze leegstand ook maatschappelijk niet te verantwoorden”, aldus Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (cd&v). Die leegstand wil Vlaanderen aanpakken. Met een gezamenlijk voorstel van resolutie vragen cd&v, N-VA en Vooruit responsabilisering van initiatiefnemers, meer rechtszekerheid voor bewoners en onderzoek om groepen van assistentiewoningen om te vormen tot toekomstgerichte woonzorgprojecten.
"Assistentiewoningen zijn bedoeld om ouderen zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen, met zorg en ondersteuning binnen handbereik. Dat blijft een bijzonder waardevolle woonvorm. Maar kwaliteitsvolle assistentiewoningen die leegstaan, zijn een verlies voor bewoners, eigenaars én de samenleving," vindt initiatiefnemer Katrien Schryvers, Vlaams parlementslid voor cd&v.
Zorgaspect voorop
De meerderheidspartijen pleiten in de eerste plaats voor het beter in kaart brengen van de bezettingsgraad van assistentiewoningen en de oorzaken van leegstand. Een betrouwbaar beeld van de situatie helpt om gericht beleid te voeren.
De partijen willen ook initiatiefnemers en vergunningverlenende overheden sterker responsabiliseren. Het is essentieel dat assistentiewoningen niet louter gezien worden als winstmodel, maar worden ontworpen op de manier die de regelgever voor ogen had: toegankelijke woningen die comfort en ontzorging bieden, waar nabijheid en sociale verbondenheid centraal staan, waar eenzaamheid wordt tegengegaan en waar bewoners zich veilig voelen.
Concreet vragen cd&v, N-VA en Vooruit dat voorafgaandelijk aan het toekennen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van assistentiewoningen te eisen dat de zorgcomponent voldoende is uitgewerkt. In de erkenningsnormen moet ook meer nadruk worden gelegd op functionele samenwerking met woonzorgcentra en andere zorg- en welzijnsactoren in de buurt. Ook de lokale besturen krijgen een belangrijke rol. Zij worden gestimuleerd om samen met VVSG een lokale visie op assistentiewoningen uit te werken, zodat nieuwe projecten beter aansluiten bij de lokale zorgnoden en sterker worden ingebed in de buurt.
Amalgaam van belanghebbenden
Daarnaast bevat de resolutie voorstellen om de rechtszekerheid van eigenaars en bewoners te versterken. Bij een groep van assistentiewoningen zijn verschillende belanghebbenden betrokken: de eigenaars, de bewoners, de beheersinstantie… Dat er zoveel leegstand is, heeft ook te maken met de onduidelijke rolverdeling en verhoudingen tussen deze partijen. Dé assistentiewoning bestaat ook niet, er zijn verschillende types in te onderscheiden. Bovendien is er een gebrek aan belangenbehartiging en handhaving als het fout loopt. Dat draagt dan weer niet bij tot de beeldvorming over assistentiewoningen.
Daarom pleiten de parlementsleden voor een betere bescherming van bewoners tegen oneerlijke contractvoorwaarden en een eerlijkere verdeling van de financiële risico's wanneer woningen langdurig leegstaan. Belangrijk is volledige transparantie te geven over de aangerekende kosten, dat er strikte controle wordt uitgeoefend op de aanrekening van supplementen en dat bij inbreuken onterecht aangerekende bedragen worden terugbetaald. We vragen ook een centraal register waarin kandidaat-bewoners de prijs-kwaliteitverhouding van assistentiewoningen eenvoudig kunnen vergelijken, met vermelding van zowel de infrastructuurkosten als de kosten voor de zorgcomponent. Dat moet hen meer elementen geven om een weloverwogen keuze te maken voor deze woonvorm.
Gemengde woonvormen
Assistentiewoningen zijn gericht op ouderen. Maar ook jongere personen met een zorgbehoefte en een mobiliteitsbeperking zouden zich thuis kunnen voelen in een assistentiewoning. We moeten nagaan hoe ook zij meer toegang tot deze woonvorm kunnen krijgen.
Ook willen we assistentiewoningen toegankelijker maken voor mensen met een beperkt inkomen. Daarom vragen we aan de Vlaamse regering om samen met de sociale woonmaatschappijen te onderzoeken hoe het aanbod van sociale assistentiewoningen kan worden versterkt en welke drempels er zijn voor de sociale woonmaatschappijen om daarop in te zetten.
Het feit dat bewoners een wooncomponent én een zorgcomponent betalen, maakt dat assistentiewoningen geen aantrekkelijke woonvorm zijn voor mensen zonder zorg- en ondersteuningsbehoeften. Ook de huidige regelgeving vormt hiervoor een barrière. Meer flexibiliteit kan nochtans de leegstand mee aanpakken, en tegelijk zorgen voor een meer divers en dynamischer woonmilieu. Zo denken wij aan gemengde woonprojecten waar ook bewoners zonder zorgbehoeften kunnen wonen, op voorwaarde dat ze actief gemeenschappelijke taken opnemen en bewoners die wel een zorgbehoefte hebben, ondersteunen. Dit versterkt niet alleen het sociaal weefsel en de sociale controle, het is ook een dam tegen eenzaamheid. Hiermee bouwen de parlementsleden verder op het voorstel dat Schryvers vorige legislatuur al in een conceptnota lanceerde.
Mensen die verhuizen naar een assistentiewoning moeten erop kunnen rekenen dat ze terechtkomen in een zorgzame omgeving. Groepen van assistentiewoningen waar een groot deel van de flatjes leeg staat, staat daar haaks op: geen samenleven met anderen en minder zorg. Daarom willen we met onze resolutie leegstand aanpakken. Assistentiewoningen mogen nooit louter een vastgoedproject zijn. Wat ze wel moeten zijn, is een woonzorgvorm, waar kwaliteit van wonen, zorg en verbondenheid centraal staan. Met onze maatregelen willen we ervoor zorgen dat deze woonvorm opnieuw maximaal haar maatschappelijke rol kan vervullen.