Dringend actie nodig om plaatstekorten in woonzorgcentra te vermijden

Publicatiedatum

Auteur

Katrien Schryvers

Deel dit artikel

Cd&v trekt aan de alarmbel: zo’n 3.000 extra woongelegenheden in woonzorgcentra en centra voor kortverblijf, die volgens de planning tegen eind dit jaar gerealiseerd zouden moeten zijn, zijn nog steeds niet gebouwd. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams Parlementslid Katrien Schryvers opvroeg. “Heel wat voorzieningen zien af van de bouwplannen omwille van de financiële onzekerheid, stijgende bouwkosten en personeelstekorten. Nu de minister ook aankondigt minder subsidies te willen toekennen aan zorgvoorzieningen die meer reserves hebben opgebouwd, lijkt de impasse compleet. Er is dringend nood aan een grondige analyse en een doortastend beleid. Zoniet is een plaatstekort onafwendbaar”, waarschuwt Schryvers.

Wachtlijsten dreigen voor kwetsbare ouderen

Sinds 2015 werkt de Vlaamse overheid met een erkennings- en omzettingskalender. Die bepaalt, op basis van demografische prognoses, hoeveel bijkomende woongelegenheden jaarlijks kunnen worden gebouwd. Dat moet garanderen dat ouderen tijdig de nodige zorg krijgen en niet op een wachtlijst belanden op een kwetsbaar moment in hun leven. “Wie naar een woonzorgcentrum verhuist, doet dat niet zomaar”, aldus Schryvers, “het gaat om mensen voor wie de zorg en kwaliteit van leven in de thuisomgeving niet meer gegarandeerd is. Woonzorgcentra zijn een noodzakelijke schakel in de ouderenzorg.”

Bouwplannen worden niet gerealiseerd

Voor zorgorganisaties biedt het systeem van de erkenningskalender ook zekerheid: een voorafgaande vergunning garandeert immers erkenning en financiering nog voor de eerste steen gelegd is. Maar ondanks die garanties blijft de realisatie achter. “De cijfers tonen aan dat de groei van de capaciteit te traag verloopt. Er zijn nog bijna 3.000 woongelegenheden die al vergund zijn, maar nog niet gerealiseerd. Dat is zorgwekkend,” stelt Schryvers. De grootste achterstand doet zich voor in Antwerpen, Limburg en West-Vlaanderen.

Tabel: Goedgekeurde erkennings- en omzettingskalender die nog in gebruik moet worden genomen vanaf het 1ste kwartaal van 2025 tot het uitputten van deze kalenders

Provincie

Woongelegenheden woonzorgcentrum

Verblijfseenheden centrum voor kortverblijf type 1

Totaal

Antwerpen

716

55

771

Limburg

649

35

684

Oost-Vlaanderen

322

30

352

Vlaams-Brabant

493

17

510

West-Vlaanderen

583

74

657

Totaal

2763

211

2974

 

Het is sinds mei 2021 mogelijk om de realisatie van de bijkomende plaatsen uit te stellen en dit tot maximaal 4 jaar na het krijgen van de voorafgaande vergunning. Uit de cijfers die Schryvers opvroeg blijkt dat die periode van uitstel steeds langer wordt. In 2020 bedroeg de vertraging van de feitelijke ingebruikname van nieuwe plaatsen 6 maanden na de voorziene datum, in 2024 was dat uitstel al opgelopen tot 24 maanden. In 2024 waren er maar 4 ingebruiknames zoals voorzien, wat overeenkomt met 11% van de ingebruiknames. In 2020 was dat nog 58%.

Van uitstel komt afstel

Bovendien blijkt dat 344 vergunde plaatsen toch niet gebouwd zijn en intussen vervallen zijn. Vooral in de provincie Antwerpen (161 plaatsen) is het aantal vervallen capaciteit opvallend hoog. "Het is belangrijk te zien waarom voorzieningen afhaken, ondanks een goedgekeurde voorafgaande vergunning," aldus Schryvers.

Tabel: Vervallen capaciteit uit de erkennings- en omzettingskalender tot en met het tweede trimester 2025

Provincie

Woongelegenheden woonzorgcentrum

Verblijfseenheden centrum voor kortverblijf type 1

Totaal

Antwerpen

136

25

161

Limburg

94

0

94

Oost-Vlaanderen

45

 

45

Vlaams-Brabant

24

3

27

West-Vlaanderen

17

0

17

Totaal

316

28

344

 

Onhaalbare bouwkosten en personeelstekorten

Volgens signalen uit het werkveld spelen exploderende bouwkosten en personeelstekorten een grote rol. “Vaak is de enige manier voor zorgorganisaties om uit de kosten te raken, een hogere dagprijs aan te rekenen aan de bewoners. Velen willen dat niet, en kiezen dan liever om niet te bouwen,” verklaart Schryvers. “Daarnaast heerst de vrees dat er onvoldoende medewerkers zullen zijn om de extra capaciteit te bemannen.”

Schryvers pleit daarom voor een nieuw systeem van infrastructuursubsidies, zodat bouwen opnieuw haalbaar wordt zonder dat dit gepaard gaat met een explosieve stijging van de dagprijs voor bewoners.. Dat is noodzakelijk om te garanderen dat de 3.000 reeds vergunde plaatsen op korte termijn ook daadwerkelijk gerealiseerd worden.

Programmatiestop en onzekerheid over nieuwe subsidies blokkeert nieuwe initiatieven

Een bijkomend probleem is dat er momenteel een programmatiestop geldt tot eind 2026. Nieuwe voorafgaande vergunningen zijn niet mogelijk, en dus kunnen er geen nieuwe projecten opgestart worden. Minister Gennez wil in de tussentijd werken aan een nieuw zorgprognosemodel, maar dat zorgt voor een complete stilstand in de planning van bijkomende woongelegenheden.

“Dat het prognosemodel aan herziening toe is, onderschrijf ik”, aldus Schryvers, “maar intussen tikt de tijd door. De vergrijzing wacht niet.”

Bovendien kondigt minister Gennez aan de hoogte van de subsidies aan zorginstellingen bij te stellen voor organisaties die in het verleden reserves hebben kunnen opbouwen. “Dat betekent dat wie zich financieel verantwoordelijk gedraagt en spaart voor toekomstige investeringen zoals de uitbreiding van capaciteit, daarvoor nu zou worden afgestraft”, aldus Schryvers, “Dat zet opnieuw een grote rem op de creatie van broodnodige bijkomende plaatsen. Zonder reserves of eigen inbreng is bouwen of renoveren quasi onmogelijk.”

Zorgnet-Icuro berekende dat er tegen 2030 ongeveer 7.000 extra woongelegenheden in woonzorgcentra nodig zullen zijn. Dat zijn er dus nog 4.000 meer dan wat er momenteel nog moet gerealiseerd worden binnen de huidige erkenningskalender. “Wetende dat er vele jaren verstrijken tussen het toekennen van een vergunning en het feitelijk in gebruik nemen van een nieuwe woongelegenheid, moeten we niet te lang treuzelen,” aldus Schryvers.

De druk op de woonzorgcentra is vandaag al voelbaar. “De bezetting ligt opnieuw rond de 95%, en in sommige regio’s zijn er opnieuw wachtlijsten. Het is nu tijd voor actie. Dit gaat over onze ouderen, over hoe we hen een waardige oude dag geven”, besluit Schryvers.

 

ATV maakte hierover een reportage.

Nieuws

Recordaantal meldingen van ernstige gebeurtenissen in ouderenvoorzieningen

Het aantal meldingen van ernstige gebeurtenissen in ouderenzorgvoorzieningen kende in 2025 een sterke toename, van 91 in 2024 tot 152 in 2025. Daarmee gaat het om het hoogste aantal sinds het begin van de monitoring, zo blijkt uit info die Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (cd&v) opvroeg. De overgrote meerderheid van de meldingen is afkomstig vanuit woonzorgcentra. “Uiteraard kan de toename deels te verklaren zijn door de toegenomen alertheid voor de veiligheid en het welzijn van bewoners. Maar dat neemt niet weg dat het hier om een recordaantal meldingen gaat van ernstige incidenten die zich voordoen bij een bijzonder kwetsbare groep mensen”, stelt Schryvers. Cd&v vraagt een onderzoek en wil meer inzetten op vaste personeelsequipes om onveilige situaties tegen te gaan.

ondergrondse parkeergarages aan voor mensen met beperking: Minder dan 1 op 10 parkings voldoet aan de norm

Uit een steekproef van cd&v in Antwerpen en Gent blijkt dat van de in totaal 74 ondergrondse parkings er slechts 7 voldoen aan de minimumnorm voor aangepaste plaatsen. Ook rondvragen in andere regio’s bevestigen die trend. “Wie een beperking heeft, wordt op deze manier twee keer uitgesloten”, klaagt cd&v-parlementslid Katrien Schryvers aan. De partij dient een voorstel in om het aantal plaatsen drastisch te verhogen.

8 op de 10 kiest voor crematie

Nog nooit was de keuze voor crematie zo uitgesproken als in 2025. Vorig jaar viel na een overlijden de keuze in 8 op de 10 gevallen op crematie. Dat  blijkt uit de cijfers die Vlaams parlementslid Katrien Schryvers opvroeg. “Crematie biedt nabestaanden meer opties om een persoonlijke invulling te geven aan de laatste rustplaats”, aldus Schryvers. “Van een gemeentelijke strooiweide of columbarium tot een urne thuis of een andere bestemming. Bovendien kiezen meer en meer mensen bewust voor een terugkeer naar de natuur. Het is daarom belangrijk dat lokale besturen daarop inspelen en actief onderzoeken waar en hoe bijkomende natuurbegraafplaatsen mogelijk zijn.”