Vlaanderen ontving vorig jaar ruim 694 miljoen euro aan schenkbelasting, maar liefst 18,3 procent meer dan in 2024 en een absoluut record. Dat blijkt uit nieuwe cijfers die Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (cd&v) opvroeg. Tegenover 2022 werd zelfs de helft meer ingekohierd. “Veel Vlamingen kiezen er al bij leven voor om een deel van hun vermogen door te geven aan de volgende generatie. Dat is sinds de hervorming van de erf- en schenkbelasting in 2015 fiscaal voordeliger dan na het overlijden”, duidt Schryvers. “Het is een win-win: mensen geven hun geliefden een duwtje in de rug én het geeft een boost aan de economie.”
Op geregistreerde schenkingen zijn belastingen verschuldigd. Voor schenkingen van roerende goederen aan verwanten in rechte lijn en aan partners geldt een tarief van 3 procent. Alle anderen betalen 7 procent. Het tarief van schenkingen van onroerende goederen is ook afhankelijk van de waarde van de schenking. Zo varieert het tarief in rechte lijn en tussen partners van 3 procent tot 27 procent en het tarief voor andere begunstigden van 10 procent tot 40 procent. Deze tarieven zijn van toepassing sinds 1 juli 2015.
50 procent meer op drie jaar tijd
Het jaarlijks ingekohierde bedrag aan schenkbelasting nam de voorbije jaren spectaculair toe, zo blijkt uit cijfers die Vlaams parlementslid Katrien Schryvers opvroeg. Terwijl het in 2022 ging over net geen 460 miljoen euro, ging het in 2025 over bijna 700 miljoen euro. Concreet gaat het over een meeropbrengst van zo’n 234,5 miljoen euro of een toename van 51 procent op drie jaar tijd. Ook het verschil met 2024 mag er zijn. Tegenover toen werd in 2025 107,6 miljoen euro of 18,3 procent meer ingekohierd.
|
Jaar
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
|
Totaal ingekohierd bedrag aan schenkbelasting
|
€ 459.943.726
|
€ 468.166.394
|
€ 586.713.420
|
€ 694.346.705
|
“De decreetgever heeft er bewust voor gekozen om de tarieven voor de schenkbelasting lager te houden dan die voor de erfbelasting. Dit als aanmoediging om al bij leven na te denken over het doorgeven van het vermogen en zo roerende en onroerende goederen in roulatie te brengen”, zo zegt Schryvers, “Die tariefbepaling lijkt te werken, want de bereidheid om tijdig na te denken over vermogensplanning is er meer en meer. Wie het kan, geeft zijn geliefden graag een duwtje in de rug. Bovendien biedt een schenking meer zekerheid voor de schenker. Hij behoudt controle over wat bij wie terechtkomt en kan zelfs voorwaarden koppelen aan een schenking.”
Vooral tussen partners en in rechte lijn
Veruit de meeste schenkingen betreffen schenkingen tussen partners en in rechte lijn, zo blijkt nog uit de cijfers die Schryvers bekwam. Meer dan 550 miljoen euro van het totaal ingekohierde bedrag aan schenkbelasting in 2025 is afkomstig van schenkingen tussen partners en in rechte lijn. “Bijna 80 procent van de inkomsten aan schenkbelasting is dus afkomstig van schenkingen tussen partners en in rechte lijn. Terwijl die categorie net wordt belast aan de laagste tarieven”, zegt Schryvers. Dat aandeel ligt in lijn met 2024, maar ietwat hoger dan in de jaren voordien.
Tabel: Ingekohierde schenkbelasting aan het tarief van toepassing op de categorie “rechte lijn of partner”
| |
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
|
Schenking bouwgrond
|
€ 1.359.429
|
€ 967.461
|
€ 929.021
|
€ 768.104
|
|
Schenking bouwgrond verlaagd tarief
|
€ 8.760
|
€ 13.646
|
€ 27.781
|
€ 95.621
|
|
Schenking onroerend
|
€ 182.479.413
|
€ 196.892.158
|
€ 244.173.338
|
€ 265.265.091
|
|
Schenking roerend - 3%
|
€ 164.850.444
|
€ 160.142.110
|
€ 216.814.027
|
€ 279.915.397
|
|
Secundaire schenking
|
€ 4.205.740
|
€ 3.767.938
|
€ 4.121.752
|
€ 4.785.030
|
|
TOTAAL
|
€ 352.905.808
|
€ 361.785.336
|
€ 466.067.943
|
€ 550.829.243
|
|
t.o.v. totaal ingekohierde schenkbelasting
|
76,73%
|
77,28%
|
79,44%
|
79,33%
|
“We zien duidelijk een toenemende vermogensmobiliteit, vooral naar de kinderen en partners toe”, aldus Schryvers, “Daaruit blijkt toch een groeiende bewustwording van de fiscale voordelen van schenken ten opzichte van erven. Zo lijken ouders sneller onroerend goed door te willen geven aan hun kinderen, mogelijks om registratierechten bij latere verkoop te vermijden of om hun erfenisplanning te optimaliseren. Daarenboven zorgen de stijgende vastgoedprijzen uiteraard voor een hogere belastbare basis.”