Sinds 2022 is het aantal aanvragen tot ontheffing van het ontbossingsverbod meer dan gehalveerd, zo blijkt uit cijfers die Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (cd&v) opvroeg. Vorig jaar werden bijna evenveel aanvragen tot ontbossing geweigerd als toegestaan, terwijl in 2022 nog twee op de drie aanvragen werd ingewilligd. Het Agentschap voor Natuur en Bos weigert het vaakst ontbossingen in agrarisch gebied of in recreatiegebied. Jaarlijks hebben de meeste aanvragen betrekking op een perceel in de provincie Antwerpen. In 2025 ging het om 35 aanvragen op een totaal van 68 in heel Vlaanderen. Opvallend is dat over de voorbije vier jaar een aanvraag in de provincie Antwerpen of Oost-Vlaanderen dubbel zoveel kans maakte geweigerd te worden dan in West-Vlaanderen of Vlaams-Brabant.
In principe is het verboden om bebost terrein in Vlaanderen te ontbossen. Op dit ontbossingsverbod bestaan vier uitzonderingen, mits het bekomen van een omgevingsvergunning, en het voldoen aan de boscompensatieplicht. Dat wil zeggen dat men na ontbossing kan kiezen om elders bomen te planten, dan wel om een bosbehoudsbijdrage te betalen. Ten eerste mag men wel ontbossen in een bos dat woon- of industriegebied als ruimtelijke bestemming heeft. Ten tweede mag men ontbossen met het oog op handelingen van algemeen belang, denk aan de aanleg van openbare wegen, scholen, woonzorgcentra, etc. Ten derde mag men ontbossen voor de realisatie van vastgestelde natuurdoelen, op voorwaarde dat de ontbossing is opgenomen in een goedgekeurd beheerplan. Ten vierde is ontbossen toegestaan in de uitvoerbare delen van een vergunde verkaveling in woon- of industriegebied. Als men in die gevallen wil ontbossen, is het niet nodig een ontheffing van het ontbossingsverbod aan te vragen bij het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB). Wel moet voldaan worden aan de verplichtingen met betrekking tot de omgevingsvergunning en de boscompensatie. In de andere gevallen is een ontheffing van het verbod tot ontbossing wel nodig.
Minder aanvragen
De voorbije jaren ontving het Agentschap Natuur en Bos (ANB) steeds minder aanvragen tot ontheffing van het verbod op ontbossing. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (cd&v) opvroeg. Zo werden in 2022 nog 151 aanvragen behandeld, terwijl dat in 2025 was gedaald tot 68.
Jaarlijks hebben ongeveer de helft van de aanvragen tot ontbossing betrekking op een perceel in de provincie Antwerpen. In 2025 ging het over 35 aanvragen op een totaal van 68 (51,5%). In 2022 ging het zelfs over 85 aanvragen op een totaal van 151 (56,3%).
Meer weigeringen
Wat ook opvalt is dat het aandeel weigeringen tot ontbossing vorig jaar (48,5%) bijna even groot was als het aandeel toestemmingen (51,5%). Drie jaar eerder gaf ANB nog in 65,6% van de aanvragen een toestemming tot ontbossing. Antwerpen is de enige provincie waar sinds 2023 het aantal weigeringen steevast hoger ligt dan het aantal toegestane ontbossingen.
Agrarisch en recreatiegebied
ANB krijgt het vaakst aanvragen tot ontbossing op percelen die zijn ingekleurd als agrarisch gebied of als recreatiegebied. Van de 68 aanvragen in 2025 hadden er 19 (27,9%) betrekking op een bos in agrarisch gebied en 36 (52,9%) op een bos in recreatiegebied. Daarvan werd in agrarisch gebied 10 ontbossing toegestaan, terwijl dit 9 keer werd geweigerd. In recreatiegebied kregen 16 aanvragers een ontheffing op het verbod tot ontbossing, tegenover 20 weigeringen. In recreatiegebied ligt het aantal weigeringen sinds 2023 jaarlijks hoger dan het aantal toestemmingen om te ontbossen.
“Uit de opgevraagde cijfers blijken duidelijk regionale verschillen”, zo merkt Schryvers op, “Wie een aanvraag doet in de provincie Antwerpen heeft beduidend meer kans om tegen een weigering aan te lopen. Ik vraag dan ook dat de minister een grondig onderzoek laat doen naar de reden(en) voor het hoger aandeel geweigerde ontbossingsaanvragen in de provincie Antwerpen de voorbije drie jaar.”
"Verder moet duidelijk zijn welke criteria worden gebruikt bij de beoordeling", aldus Schryvers, “Mensen hebben nu vaak het gevoel dat aanvragen arbitrair worden beoordeeld. Een gedegen afweging en afdoende verantwoording van weigeringen is dan ook absoluut noodzakelijk. Als mensen een stuk grond verwerven, dan moeten zij op basis van duidelijke afwegingscriteria een duidelijk zicht hebben op wat er zal kunnen en wat niet. Die rechtszekerheid moeten we mensen echt kunnen geven."