In 2025 werden in de provincie Antwerpen 30 aanvragen goedgekeurd voor investeringen voor de rechtstreekse verkoop van zelf geteelde of gekweekte landbouwproducten. Dat is bijna een verdubbeling tegenover 2024, zo blijkt uit cijfers die Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers (cd&v) opvroeg via een parlementaire vraag aan Vlaams minister voor Landbouw Jo Brouns (cd&v).
Hoeveverkoop
Producten afkomstig van de Korte Keten worden duidelijk gesmaakt door de consument. In een korteketeneconomie komt het eten via de kortste weg van bij de boer tot op ons bord terecht. Landbouwers kunnen via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) tot veertig procent subsidie krijgen voor investeringen in onder meer de rechtstreekse verkoop van zelf geteelde of gekweekte landbouwproducten. “Dat hoeft niet alleen te gaan over verkoop op de hoeve zelf, het kan ook dat de producten worden aangeboden in de onmiddellijke omgeving van de hoeve, bijvoorbeeld in een buurtwinkel”, legt Vlaams parlementslid Katrien Schryvers uit, “Ook de verkoop op de lokale boerenmarkt en groente-abonnementen of coöperaties van hoeveproducten vallen onder de noemer ‘hoeveverkoop’. De rechtstreekse verkoop aan horeca wordt ook beschouwd als ketenverkorting.”
In 2025 kende het VLIF in de provincie Antwerpen 30 aanvragen goed voor investeringen in deze categorieën van hoeveverkoop, goed voor een totaalbedrag van 359.684 euro. Dat blijkt uit gegevens die Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (cd&v) opvroeg.
Opnieuw een stijging
Na een opvallende terugval in 2024, toen er in provincie Antwerpen slechts 16 aanvragen waren om te investeren in zulke hoeveverkoop, was er in 2025 een duidelijke boost te zien, zo blijkt uit de cijfers die Schryvers bekwam. Het toegekende steunbudget voor hoevewinkels in onze provincie steeg naar € 359.684, het hoogste bedrag in drie jaar. “Dit duidt op een groeiend aantal ondernemende boeren en bewijst ook dat het vertrouwen van de consumenten in de korte keten in de lift zit. Een goede zaak voor de lokale economie, het bewustzijn van de consument en de leefbaarheid van plattelandsgemeenschappen”, legt Schryvers uit.
|
|
Provincie Antwerpen
|
|
Jaar
|
Aantal ingediende investeringen
|
Selectieve bedrag (in euro)
|
|
2023
|
25
|
€298.506
|
|
2024
|
16
|
€216.409
|
|
2025
|
30
|
€359.684
|
Voordelen voor beide partijen
De groei van de hoevewinkels past in een bredere trend van de zogenaamde korte keten, waarbij producten rechtstreeks van de boer naar de consument gaan. Dat heeft voordelen voor alle partijen: consumenten krijgen verse, lokale producten en een beter zicht op de kwaliteit, terwijl boeren een eerlijkere prijs ontvangen. Bovendien daalt de milieubelasting door minder transport. “Consumenten zijn steeds bewuster over waar hun voedsel vandaan komt, en landbouwers zien daarin een kans om duurzame initiatieven op te richten”, zegt Schryvers, “Mensen maken de keuze voor korte keten en hoevewinkels soms uit milieuoverwegingen, maar we zien ook dat consumenten heel bewust kiezen om de lokale ondernemer te steunen, eerder dan grote, internationale spelers. En geef toe, wat is er met een zomer als deze lekkerder dan een smaakvol stukje vlees van dichtbij op de barbecue of stoppen voor een hoeveijsje na een leuke fietstocht?”
Hoewel het aantal aanvragen in de provincie Antwerpen in 2025 hoger lag dan in 2024, blijft er toch nog een groot verschil in vergelijking met West-Vlaanderen. Daar werden in 2025 maar liefst 105 aanvragen tot investeringen in hoeveverkoop goedgekeurd. “Het is natuurlijk zo dat de landbouwsector in West-Vlaanderen veel groter is, maar ook Antwerpenaren vinden steeds vaker rechtstreeks hun weg naar de boer”, zegt Schryvers, “Het aanbod is ook heel divers: denk aan hoeveslagerijen, verse groenten en fruit, kaas van bij de boer of hoeve-ijs als het lekkerste dessertje”, aldus Schryvers, “Het smaakt toch allemaal nét iets beter als je weet waar het vandaan komt.”