ondergrondse parkeergarages aan voor mensen met beperking: Minder dan 1 op 10 parkings voldoet aan de norm

Publicatiedatum

Auteur

Katrien Schryvers

Deel dit artikel

Uit een steekproef van cd&v in Antwerpen en Gent blijkt dat van de in totaal 74 ondergrondse parkings er slechts 7 voldoen aan de minimumnorm voor aangepaste plaatsen. Ook rondvragen in andere regio’s bevestigen die trend. “Wie een beperking heeft, wordt op deze manier twee keer uitgesloten”, klaagt cd&v-parlementslid Katrien Schryvers aan. De partij dient een voorstel in om het aantal plaatsen drastisch te verhogen.

Vandaag bestaan er in Vlaanderen duidelijke richtlijnen rond toegankelijk parkeren in ondergrondse parkeergarages. Zo bepaalt de Vlaamse overheid dat wanneer een gebouw parkeerplaatsen aanbiedt, hierbij een aantal parkeerplaatsen voorbehouden moet zijn voor mensen met een verminderde mobiliteit of beperking. Bij parkings met één tot en met honderd parkeerplaatsen moet minstens zes procent van het totale aantal parkeerplaatsen, en minstens één parkeerplaats, een aangepaste parkeerplaats zijn. Vanaf vijf tot en met honderd eigen parkeerplaatsen moeten de aangepaste parkeerplaatsen ook voorbehouden parkeerplaatsen zijn. Bij meer dan 100 parkeerplaatsen moet per extra schijf van vijftig parkeerplaatsen telkens één parkeerplaats een aangepaste en voorbehouden parkeerplaats zijn. “Die regels zijn simpel, maar de degressiviteit van de verplichting naarmate een parking meer plaatsen telt, zorgt voor problemen. Bovendien zijn er allerlei uitzonderingsregels. In de praktijk zorgt dit ervoor dat het aantal aangepaste parkeerplaatsen beperkt is en dat heel wat nieuwbouwparkings de minimumnorm zelfs doelbewust niet halen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?”, klaagt Schryvers aan.

Degressiviteit

“Het minimumpercentage aan aangepaste parkeerplaatsen heeft een degressief karakter”, aldus Schryvers, “Dat zorgt ervoor dat het relatieve aantal aangepaste en voorbehouden plaatsen daalt naarmate de parking groter wordt. Dit is niet logisch. Een grotere parking, met meer bezoekers, moet dus procentueel minder toegankelijke plaatsen aanbieden. Terwijl die parkings net méér bezoekers aantrekken. Daarenboven zien we dat het aantal grote (ondergrondse) parkeergarages toeneemt, zeker in de steden.”

Uitzonderingen

“Dat oudere parkeergarages de norm niet halen, valt nog te begrijpen. Maar recente constructies waarbij de bouwheer er bewust voor kiest om de norm naast zich neer te leggen vanuit commercieel oogpunt? Daar stellen wij ons toch serieuze vragen bij”, stelt Schryvers scherp. Bovendien blijken zowel in Antwerpen als in Gent heel wat parkings die in het bezit of beheer zijn van (lokale) overheden de minimumnorm niet te halen. “Dat de overheid er zelf niet in slaagt om een voorbeeldfunctie te vertolken en de eigen Vlaamse toegankelijkheidsregels te volgen, is zowel opvallend als schrijnend te noemen.”

Aangepaste regelgeving

In een nieuw voorstel vraagt cd&v om werk te maken van meer toegankelijke parkeergarages. Concreet wil Schryvers de uitzonderingsregels onder de loep nemen. “We moeten vermijden dat die ervoor zorgen dat wie vandaag een nieuwe ondergrondse parking bouwt, de minimumnormen naast zich neerlegt omdat het voldoen aan de minimumnormen minder winstgevend zou zijn. De regels lijken vandaag gemaakt om ze te kunnen omzeilen, dit wil cd&v aangepast zien”, stelt Schryvers. Ook op vlak van communicatie naar personen met een beperking moeten er aanpassingen gebeuren. “Het is voor personen met een beperking heel vaak onduidelijk of er überhaupt een plek voorzien is. Heel wat garages voorzien weinig tot geen publieke informatie over aangepaste en voorbehouden parkeerplaatsen. Dat moet anders.”

Ten slotte ziet cd&v een probleem op vlak van controles. “De minimumnorm is vandaag een dode letter aangezien er zo goed als geen controle op bestaat. Parkeergarages leggen zo zonder enige consequentie de minimumnorm naast zich neer. Controles dienen niet enkel de kwantiteit maar ook de kwaliteit van de voorzien plekken te verbeteren. De breedte van parkeerplaatsen zorgt dat parkings rolstoeltoegankelijk zijn, niet louter het inkleuren van extra voorbehouden vakken”, aldus Schryvers.

“Voor wie een verminderde mobiliteit of beperking heeft, is deelnemen aan het dagelijkse leven geen evidentie. Voorbehouden plaatsen in ondergrondse parkings kunnen dan een wereld van verschil maken. Maar als dit in de praktijk niet wordt nageleefd, dan moeten de regels herbekeken worden. Dat is wat cd&v met dit voorstel vraagt”, besluit Schryvers.

Nieuws

Zorgvrijwilligers mogen vanaf nu ook mee naar winkel, apotheek, of op bezoek bij familie

Vrijwilligers die via de diensten voor oppashulp bij zorgbehoevenden thuis komen om te ondersteunen, mogen dat vanaf nu ook buitenshuis doen. Vlaams parlementslid Katrien Schryvers en minister van welzijn Caroline Gennez vonden mekaar in de overtuiging van de meerwaarde hiervan. Het voorstel van decreet dat Schryvers samen met collega’s van de andere meerderheidspartijen indiende, werd op 7 juli unaniem goedgekeurd in de commissie welzijn. Zo zullen de oppashulpen in de toekomst mee een boodschap kunnen doen, een activiteit kunnen begeleiden of simpelweg een wandeling kunnen doen, waar ze in het verleden enkel in de thuissituatie mochten helpen. 

Leegstand in assistentiewoningen is slecht voor de bewoners en onverantwoord in tijden van woningtekorten

Volgens recente cijfers staan naar schatting 2.500 assistentiewoningen structureel leeg. Dat creëert risico’s voor de bewoners en problemen voor particulieren die investeerden in zo’n assistentiewoning. “Gezien de vraag naar aangepaste woonvormen alleen maar toeneemt, is deze leegstand ook maatschappelijk niet te verantwoorden”, aldus Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (cd&v). Die leegstand wil Vlaanderen aanpakken. Met een gezamenlijk voorstel van resolutie vragen cd&v, N-VA en Vooruit responsabilisering van initiatiefnemers, meer rechtszekerheid voor bewoners en onderzoek om groepen van assistentiewoningen om te vormen tot toekomstgerichte woonzorgprojecten.

Cd&v voert druk op: “Maak eindelijk werk van stagevergoeding voor studenten verpleegkunde”

Op de laatste dag van het schooljaar is er nog steeds geen duidelijkheid over de onkostenvergoeding voor vierdejaarsstudenten verpleegkunde die stagelopen in zorgvoorzieningen. “Nochtans is zowel het Vlaamse als het federale regeerakkoord klaar en duidelijk. Waarom laat de regeling zo lang op zich wachten?”, vraagt Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (cd&v).