Uit een bevraging bij 220 schoolbesturen blijkt dat er een grotere noodzaak is aan gericht beleid en ondersteuning van scholen op vlak van luchtkwaliteit en ventilatie. Zo geeft in de bevraging 1 op 4 scholen aan geen risicoanalyse gemaakt te hebben van de luchtkwaliteit in de klaslokalen. 38 procent van de bevraagden zegt beperkt zicht te hebben op de luchtkwaliteit. “Veel schooldirecties geven aan overdonderd te zijn door al het werk dat op hun afkomt,” zeggen Vlaams parlementsleden Loes Vandromme, Katrien Schryvers en Jo Brouns, die de bevraging organiseerden. “Daarom pleit CD&V voor meer beleidsondersteuning van directies én een mandaatsvergoeding voor preventieadviseurs. Zij zijn nu de meest aangewezen personen om de planlast van scholen en leerkrachten te verminderen.”

Uit een bevraging op initiatief van CD&V over ventilatie in scholen en klaslokalen, waaraan 220 scholen deelnamen, komen een aantal interessante bevindingen naar voor. Dé grote conclusie? “Er is heel dringend nood aan meer ondersteuning inzake luchtkwaliteit. De coronacrisis heeft veel scholen opgezadeld met bijkomende planlast, verantwoordelijkheden en organisatie. Hierdoor komen heel wat scholen niet toe aan een degelijke risico-analyse op vlak van luchtkwaliteit. De scholen die er wél in slagen, geven eveneens aan dat de planlast groot is,” legt Loes Vandromme uit.

 “45 procent van de bevraagden geeft aan dat het de preventieadviseur is die bij hen de risicoanalyse maakt. In andere scholen valt die taak bij de directie, bij één of meerdere leerkrachten, de technisch adviseur coördinator of wordt de werklast verdeeld onder het hele schoolteam. “In totaal geven 62 respondenten aan dat bij hen de directie de luchtkwaliteit opvolgt,” zegt Loes Vandromme. “Veel directieleden geven aan overdonderd te zijn door al het werk dat er bijkomt. Ze zijn zich vaak bewust van het belang, maar zo een risicoanalyse maak je niet in een handomdraai. De rol van de preventieadviseurs hierbij is cruciaal. Door elke school hierin te begeleiden, in de vorm van een goed ondersteunde preventieadviseur die de nodige know-how heeft, kunnen scholen ontlast worden,” vindt het parlementslid. “Behalve de broodnodige beleidsondersteuning voor directies waar we al langer voor pleiten, vraagt CD&V nu ook een mandaatsvergoeding voor preventie-adviseurs. Zo kan de overheid een zicht krijgen op de ‘boots on the ground’ zodat zinvolle informatie over groepsaankopen van CO2-meters, regelgeving, subsidies, goede voorbeelden,… niet enkel op de website van het Departement Onderwijs geplaatst wordt, maar ook gericht kan verspreid worden naar die mensen die op het terrein met de materie bezig zijn,” aldus Vandromme.

Voldoende info, onvoldoende handen

Meer dan de helft van de scholen (53,7 procent) meent voldoende informatie te hebben over de luchtkwaliteit in klaslokalen. Toch geeft ook 27,8 procent van de bevraagden aan dat een infobrochure of informatievideo naar schooldirecties en/of preventieadviseurs interessant zou zijn. “Het klopt dat, zoals de minister ook aangeeft, online op de website van het Departement Onderwijs heel wat informatie te vinden is over luchtkwaliteit. Toch kan een proactieve aanpak belangrijk zijn om echt alle scholen te bereiken. Het kan eveneens een sensibiliserende motivator zijn om werk te maken van de luchtkwaliteit in de klassen,” zegt Jo Brouns. “Veel scholen beschikken over voldoende info, ze weten wat ze moeten doen, maar er is veel te veel. Het takenpakket loopt op waardoor de luchtkwaliteit ondergesneeuwd raakt.”

CO2-meters

Uit de bevraging blijkt 70,8 procent van de scholen zelf CO2-meters te hebben aangekocht sinds de start van de coronacrisis. Slechts een minderheid, 10,6 procent, beschikt niet over een CO2-meter. Het overgrote deel daarvan zijn scholen gewoon basisonderwijs, vooral scholen met 100 tot 400 leerlingen. Andere scholen kregen CO2-meters ter beschikking van de gemeente, van een bedrijf uit de regio of delen CO2-meters met de scholengroep. Meer dan de helft van de scholen kocht enkele CO2-meters voor de hele scholen (53,3 procent), in 31,8 procent van de scholen werd één meter aangekocht voor de hele school en in 14,9 procent van de scholen werd gekozen om in elk klaslokaal één CO2-meter te plaatsen. “Als we de garantie willen hebben dat de luchtkwaliteit in de scholen serieus genomen wordt, is het geen overbodige luxe om één CO2-meter per school te voorzien,” zegt Katrien Schryvers. 

Uit de bevraging blijken de scholen slechts beperkt de weg te vinden naar subsidiekanalen voor ventilatie in de klaslokalen. De hoofdreden? De subsidiekanalen zijn niet voldoende gekend bij de directie (42,6 procent), de scholen hebben niet de nodige know-how (12,5 procent) én de procedure is te omslachtig (11,6 procent). Opnieuw kan een preventieadviseur hierbij een belangrijke rol spelen. “Het vergt vaak heel wat tijd en moeite om alles uit te zoeken, tijd en moeite die directie of leerkrachten er niet meer bij kunnen nemen,” aldus Schryvers. “Ook hier kan een preventie-adviseur ontlastend werken.”

Groepsaankopen

Volgens 65,3 procent is het een goed idee om alsnog een groepsaankoop van CO2-meters te organiseren. Als reden wordt aangegeven dat dit de prijs kan drukken voor scholen die al veel coronagerelateerde kosten deden in de voorbije twee jaar. Toch zijn de meningen ook hier duidelijk verdeeld. “Vele scholen die aangeven dat een groepsaankoop niet nuttig is, hebben al één of meerdere CO2-meters en geven aan dat een groepsaankoop op dit moment te laat komt,” zegt Loes Vandromme. Ten slotte is het volgens Vandromme eveneens frappant dat in het Masterplan Scholenbouw 2.0 van de Vlaamse regering niets over ventilatie vermeld wordt.

“Als de bevraging ons één ding duidelijk maakt, dan is het wel dat niet alle beleidsbeslissingen die genomen worden in Brussel altijd even gemakkelijk vertaald kunnen worden in de scholen. Goede ondersteuning, zoals het invoeren van een mandaatsvergoeding voor preventieadviseurs, en duidelijke richtlijnen, zoals het dadelijk voorzien van minstens één CO2-meter per school, kunnen een wereld van verschil maken voor de schoolbesturen,” besluiten de drie parlementsleden.