De Opvoedingslijn werd vorig jaar bijna 2000 keer gecontacteerd, dat zijn meer dan vijf vragen per dag. In 61 procent van de gevallen was de vraag naar raad of informatie afkomstig van moeders, slechts in 11 procent van de contactnames ging het om de vaders. Af en toe (6%) richtten beide ouders zich samen tot de Opvoedingslijn. “Ouders en andere opvoedingsverantwoordelijken hebben het niet altijd even makkelijk en stellen zich geregeld vragen. Dan is het goed dat ze terecht kunnen bij de Opvoedingslijn. Een onafhankelijke blik of advies kan dan echt heel waardevol zijn”, aldus Vlaams Parlementslid Katrien Schryvers, die de cijfers opvroeg bij minister voor welzijn Wouter Beke.

Ouders, grootouders en andere opvoeders kunnen met vragen over de opvoeding van kleine en grote kinderen anoniem terecht bij de Opvoedingslijn. Het kan gaan over heel uiteenlopende vragen: over een huilbaby, over moeilijke eters, over zakgeld, hoe grenzen te stellen, enz.  Men vindt er een luisterend oor, ondersteuning, informatie en advies.

De Opvoedingslijn wordt bemand door vrijwilligers en beantwoordt vragen per telefoon, per mail en op woensdagen via chat.

In 2021 werd de Opvoedingslijn 1917 keer gecontacteerd, vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers in antwoord op een parlementaire vraag. Dat zijn 60 contacten meer dan in 2020. Sedert 2017 is er jaar na jaar sprake van een beperkte maar toch ook constante stijging. Er werd in 2021 minder gemaild, maar wel meer gebeld en gechat. Sinds 2021 zijn de vragen via sociale media in een aparte categorie opgenomen.

2021

2020

2019

2018

2017

Telefoon

1503

1274

1319

1267

1298

Mail

341

557

495

500

464

Chat

54

26

Sociale media

19

TOTAAL

1917

1857

1814

1767

1762

Het blijven in de eerste plaats moeders die zich wenden tot de Opvoedingslijn (61%), leerde Schryvers nog. Vaders doen dat in veel mindere mate (11%). Sinds vorig jaar wordt ook apart een registratie gemaakt wanneer beide ouders contact opnemen (6%), terwijl dat voorheen gecategoriseerd werd onder ‘moeders’. Dit verklaart dat het aandeel contactnames van die laatste categorie vorig jaar lager was dan de jaren daarvoor. In 22% van de contactnames nam iemand anders dan de ouder(s) contact op.

2021

2020

2019

2018

2017

Moeder

61%

69%

68%

70%

69%

Vader

11%

10%

10%

11%

12%

Beide ouders

6%

nvt

nvt

nvt

nvt

Grootouders

4%

3%

5%

6%

5%

Stiefouders

5%

8%

6%

4%

4%

Intermediair

4%

1%

3%

1%

2%

Andere/onbekend

9%

9%

8%

8%

8%

Het vaakst (75% in 2021) gaan de vragen over kinderen tussen 3 en 17 jaar. De vragen over 3- tot 5-jarigen, 6- tot 12-jarigen en 13- tot 17-jarigen zijn elk goed voor ongeveer een kwart van de oproepen.

2021

2020

2019

2018

2017

0 - 2J

10%

10%

8%

10%

8%

3 - 5J

25%

25%

27%

29%

29%

6 - 12J

26%

27%

25%

27%

25%

13 - 17J

24%

27%

29%

20%

25%

18J

6%

6%

5%

5%

5%

Meerdere kinderen

3%

1%

1%

7%

2%

Onbekend

6%

4%

5%

2%

6%

Vragen die behoren tot de categorie “aanpak opvoeding/ouderschap” worden veruit het vaakst gesteld (41%), zo bleek nog uit de cijfers die Schryvers verkreeg. Wat binnen deze categorie opvalt, is dat voor het eerst de subcategorie “draagkracht ouder” in de top 5 van meest voorkomende topics staat. Daarnaast werden ook in 2021 “opvallend gedrag” (22%) en “emotionele ontwikkeling” (14%) vaak besproken.

2021

2020

2019

2018

2017

Lichamelijke ontwikkeling

3%

5%

6%

10%

6%

Verstandelijke ontwikkeling

3%

1%

1%

8%

2%

Sociale ontwikkeling

5%

10%

9%

10%

5%

Emotionele ontwikkeling

14%

23%

11%

14%

12%

Opvallend gedrag

22%

19%

23%

18%

28%

Aanpak opvoeding/ouderschap

41%

38%

44%

24%

38%

Spel en vrijetijdsbesteding

5%

2%

3%

8%

3%

Opvang en school

6%

2%

3%

8%

6%

Corona

1%

nvt

nvt

nvt

nvt

“Elke ouder zit wel eens met de handen in het haar als het gaat over de opvoeding van de kinderen”, aldus Vlaams parlementslid Schryvers, “En het is niet altijd makkelijk of mogelijk om met zulke vragen of problemen terecht te kunnen in het eigen netwerk. Daarom is de Opvoedingslijn zeker heel waardevol. De cijfers bewijzen dat, en dit ondanks het feit dat via de Huizen van het Kind de opvoedingsondersteuning toch overal veel meer nabij beschikbaar is. Toch is het opvallend dat het jaar na jaar vooral moeders zijn en blijven die contact opnemen met de Opvoedingslijn. We moeten er naar de toekomst toe op inzetten dat ook vaders meer de weg vinden of de stap durven te zetten. Het is niet enkel belangrijk dat zij mee de opvoedingstaken opnemen in een gezin, maar ook dat ze de weg naar raad en bijstand vinden en vragen durven te stellen als dat nodig is. Blijkbaar is het taboe daarvoor bij vaders toch nog groter.”