Schryvers, moeder van drie kinderen, heeft een zware week achter de rug. Ze bevindt zich in de laatste rechte lijn voor haar eedaflegging als kersvers volksvertegenwoordiger. Maar het plotse overlijden van haar vader Jef, zelf ook jarenlang burgemeester van Zoersel, net voor Kerstmis verdrong de politiek abrupt naar het tweede plan.

- Uw vader stond twaalf jaar lang aan het roer in Zoersel. Was u voorbestemd om hem op te volgen?

Ik was altijd al geïnteresseerd in politiek, maar ik was als jonge vrouw niet zoals veel andere politici al lid van een of andere politieke jongerenbeweging. Op mijn vierentwintigste ben ik dan voor het eerst op een lijst gaan staan en werd ik meteen gekozen. Maar mijn vader heeft me nooit gepusht. Het is Wivina Demeester geweest die me uiteindelijk over de streep heeft getrokken.

- Hoe belangrijk is Wivina Demeester geweest in uw politieke loopbaan?

Zij heeft me zestien jaar geleden als eerste een kans gegeven. Dankzij haar is de bal aan het rollen gegaan. Toen ik bij mijn eerste stembusslag al gekozen werd, zag ik het eerst niet zitten om als 24-jarige debutante meteen schepen te worden. Ik vond dat anderen in de partij daar meer recht op hadden. Maar opnieuw kon Wivina mij overhalen. Alles interesseerde me, behalve financiën en begroting. Die post wilde ik absoluut niet, ik dacht meteen terug aan mijn dikke cursussen op de universiteit. Maar Wivina kon me weer ompraten om juist die bevoegdheden voor mijn rekening te nemen. Ik had nog nooit in mijn leven een begroting gezien, ik ben als een gek aan het blokken geslagen. Nu ben ik heel blij dat ik toen die sprong gewaagd heb. De technische bagage komt me nog elke dag van pas. In een beleid staat of valt alles met het financiële plaatje.

- U volgt Jos Ansoms op in het parlement. Wie Ansoms zegt, denkt meteen aan verkeer. Wat zijn uw stokpaardjes?

Verkeer ligt mij ook na aan het hart. Eigenlijk houdt alles wat met veiligheid te maken heeft mij bezig, de mensen liggen daar ook het meest van wakker. Veiligheid is een heel breed begrip voor mij, het gaat van de politiehervorming tot de openbare verlichting. Ik heb rechten gestudeerd, ik heb 15 jaar ervaring aan de balie. Dan wordt justitie natuurlijk ook automatisch één van je stokpaardjes.

- Kan u het burgemeesterschap van Zoersel combineren met een zitje in de Kamer?

Waarom niet? Ik zie veel collega's die het doen. Ik ga vanzelfsprekend wel een aantal andere dingen opgeven: mijn zetel in de provincieraad en in de directiecomités van een paar intercommunales. Ik was al eerder gestopt met mijn advocatenkantoor om me voluit te kunnen concentreren op de politiek. Als ik iets doe, wil ik het ook echt goed doen. De combinatie moet haalbaar zijn. Ik ben nu eenmaal een actief mens.

- Er gaan al langer stemmen op om het cumuleren van mandaten aan banden te leggen. Maar hebben parlementsleden die ook op gemeentelijk vlak actief zijn niet net een voorsprong op hun collega's?

We moeten hier op het gemeentehuis geregeld enorm lachen met brieven van de hogere overheden. Pagina's vol met details waar in Zoersel niemand iets aan heeft. Ik verbaas me er over hoe ze op die niveaus soms totaal geen idee hebben van wat de burger belangrijk vindt. Dat zal mij niet snel overkomen, denk ik. Ik sta als burgemeester echt tussen de mensen, en ik wil ook met mijn twee voeten in die gemeente blijven staan.

- Gaat u problemen en klachten die in Zoersel leven meenemen en aankaarten in Brussel?

Zeker en vast. Als je niet aan de bel trekt, zal er nooit iets veranderen. Ik ben ook geen type dat bij de pakken blijft zitten. Een paar jaar geleden heb ik me met een aantal collega's heel hard ingezet om camera's op de wegen in onze regio te krijgen. Er kwamen er een boel bij en er werden veel meer bestuurders geverbaliseerd omdat ze te snel reden en de veiligheid van andere weggebruikers in gevaar brachten. Maar plots kregen we van het parket te horen dat we minder bestuurders mochten beboeten, omdat ze te weinig volk hadden om die pv's te behandelen. Als ik zoiets hoor, word ik opstandig. Dan trek ik aan de kar om die toestanden aan te klagen bij de bevoegde ministers. Ik laat nooit los.

- In Zoersel zit u als schepen en burgemeester al uw hele politieke leven in de meerderheid. Nu moet u in het parlement oppositie voeren.

In Zoersel speelt die tegenstelling tussen meerderheid en oppositie minder dan in Brussel. We hebben een heel versnipperde gemeente, we zitten met acht verschillende fracties in de gemeenteraad. Toch werken we goed samen. De bevolking heeft geen boodschap aan politici die constant vechtend en ruziënd over de grond rollen. In het parlement is de tegenstelling ongetwijfeld veel groter en worden er meer politieke spelletjes gespeeld. Maar ik ben daar niet bang van. Ik besef dat ik nog veel moet leren, maar ze gaan me in de Kamer niet zomaar opzij drummen. Ik wil mijn stempel drukken.

- 2006 is nog ver weg, maar

Geloof me, voor politici is 2006 helemaal niet zo ver meer, hoor (lacht) .

- Een aantal van uw collega-burgemeesters windt er nu al geen doekjes om dat ze bij de gemeenteraadsverkiezingen in dat jaar opnieuw een gooi naar de sjerp zullen doen. Ambieert u een nieuwe termijn?

Ik wil er in 2006 opnieuw voor gaan. We hebben in Zoersel een paar ongelofelijk belangrijke projecten op stapel staan, die cruciaal zijn voor de toekomst van de gemeente. Ik heb daar hard voor gezwoegd, ik wil ze ook verder opvolgen en hun voltooiing meemaken.

- Schepen, burgemeester, volksvertegenwoordiger. Hoever reiken uw politieke ambities nog?

Daar ben ik eerlijk gezegd echt niet mee bezig. Jos Ansoms heeft van meet af aan gezegd dat hij zijn mandaat niet zou afmaken, ik wist na de verkiezingen van 2003 dat ik hem zou opvolgen. Maar Jos heeft daar nooit een datum op geplakt, en ik ben tot een paar weken geleden totaal niet bezig geweest met zijn opvolging. Ik zat zeker niet te azen op zijn zitje, ik heb het druk genoeg. Ik heb geleerd dat je een politieke carrière gewoon niet kán plannen. Het kan op elk moment veranderen. Een politieke loopbaan kan van de ene op de andere dag een hoge vlucht nemen, maar ze kan ook van de ene op de andere dag afgelopen zijn. Mijn motto is gewoon hard werken en mijn twee voeten stevig op de grond houden.

 

In de reeks Wintergasten (tot 3/1) laten we bekende en opmerkelijke stad- en streekgenoten aan het woord over het voorbije jaar, over hoe zij de feestenperiode beleven en overleven en wat ze van 2005 verwachten. De geïnterviewden in de andere provincies zijn: Jean Lambrecks in Limburg, Arno in Vlaams-Brabant/Brussel, Hortense Kitume in Oost-Vlaanderen en Wouter D'Haene in West-Vlaanderen. Hun relaas en andere afleveringen uit de serie kan u nalezen op www.standaard.be/wintergasten.

lob
Uit De Standaard van 4 december 2004.

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.