'Vandaag is de dag waarop vrouwen gemiddeld aan hetzelfde bruto jaarloon komen als mannen. Een jaarloon waarvoor ze 84 dagen langer moeten werken, welteverstaan. Rechtvaardig kan je dat moeilijk noemen', schrijven CD&V-vrouwen Cindy Franssen, Els Van Hoof, Sabine de Bethune en Katrien Schryvers.

De loonkloof correct weergeven is geen sinecure, zo verwijst de berekening hierboven naar een verschil van 23% in de gemiddelde bruto jaarlonen. Dat houdt dus geen rekening met verschillen in jobs, ervaring en opleiding. We spreken dan nog niet over de grootste factor: deeltijds werken, wat vrouwen systematisch meer doen omdat ze meer zorg- en opvoedingstaken op zich nemen. Zelfs wie ervan uit gaat dat deze keuze voor deeltijds werk volledig vrijwillig is (spoiler: dat is vaak niet zo), ziet in België een loonkloof van 5,8% per uur.

Zoals ons Belgisch Instituut voor Gelijkheid van Vrouwen en Mannen droog opmerkt op haar website: "een groot deel van de loonkloof, 52%, kan niet worden verklaard, zelfs wanneer er rekening wordt gehouden met alle kenmerken van de werknemers." Ondanks een wettelijk principe van gelijk loon voor gelijk werk, komt het voor veel vrouwen niet als een verrassing dat we in een land leven waar loondiscriminatie een structurele realiteit is.

Op dagen zoals vandaag dringt de vraag zich op: wat kunnen we hieraan doen? Samen tot het besef komen dat vrouwen niet per definitie alleen moeten opvoeden of huishouden en onze verlofstelsels daarop aanpassen, is al een goede start. Evenzeer moeten we werknemers beschermen tegen loondiscriminatie. Daarin speelt loontransparantie een centrale rol, want zonder voldoende informatie over lonen kunnen slachtoffers nooit loondiscriminatie bewijzen. 

Gelukkig beweegt er wat op politiek niveau. Op 4 maart stelde de Europese Commissie een ambitieuze richtlijn loontransparantie voor die de rechten van werknemers gevoelig wil versterken. Zo moeten grote bedrijven, met meer dan 250 werknemers, rapporten opstellen over de loonkloof bij hun werknemers. Is die loonkloof groter dan 5% en valt het niet te verklaren met objectieve criteria zoals ervaring en diploma's, dan moet er samen met vakbonden een actieplan opgesteld worden. Sollicitanten hebben meer recht op informatie over de loonschalen zonder ernaar te moeten vragen en werknemers hebben recht op informatie over de criteria voor promoties. Wanneer een werkgever niet aan zijn informatieplicht voldoet, krijgen werknemers het voordeel van de twijfel bij klachten rond loondiscriminatie. De bewijslast ligt dan dus bij de werkgever om het verschil te verklaren. 

Dat dit op Europees niveau gebeurt, is een goede zaak. Ondanks de cijfers hierboven hoort België namelijk bij de betere leerlingen van de klas. De gemiddelde loonkloof per uur op Europees niveau is met 14,1% meer dan het dubbele van de Belgische loonkloof. Het is dan ook geen toeval dat 17 lidstaten nog geen initiatieven hebben genomen om de loonkloof aan te pakken. Tel daarbij op dat er verschillende landen in de EU een strijd voeren tegen het concept van gelijkheid tussen vrouw en man en je beseft dat er moeilijke onderhandelingen in het verschiet liggen.

De relatief betere cijfers ontslaan ons bovendien niet van de verantwoordelijkheid om het laatste deel van onze eigen loonkloof dicht te rijden. De loonkloof daalt de laatste jaren tergend traag. Laten we dit voorstel daarom met beide handen grijpen om verder te bouwen op onze Belgische loonkloofwet van 2012, die bij gebrek aan sancties de tanden mist om de grootste mistoestanden recht te zetten.

We hebben nog een lange weg af te leggen voordat gelijke lonen voor gelijk werk de norm zijn, maar één ding is zeker: een samenleving die vrouwen de kansen geeft die ze verdienen, zal socialer, veerkrachtiger en sterker zijn.

Alleen daarom zeggen we vol overtuiging: show us the money.