De doorgeefschenking, waarbij mensen een deel of het geheel van wat ze erven onder bepaalde voorwaarden vrij van belastingen kunnen doorschuiven naar hun kinderen of kleinkinderen, is een succes, zo blijkt uit cijfers die Vlaams parlementslid Katrien Schryvers opvroeg. In 2021 werden op een jaar tijd maar liefst 60% meer aktes geregistreerd waarin sprake is van een doorgeefschenking. Voor Schryvers, die zelf mee aan de basis ligt van deze mogelijkheid, bewijzen de cijfers dat er effectief nood was aan meer manieren om de jongere generatie een duwtje in de rug te geven.

Kinderen laten meegenieten van de erfenis

Sinds 1 september 2018 is het voor erfgenamen mogelijk om hun erfenis voor het geheel of een deel ervan kosteloos door te schenken aan hun kinderen of kleinkinderen. Voorwaarden om beroep te kunnen doen op de vrijstelling van schenkingsrechten zijn onder meer dat de verkregen erfenis belast werd aan het tarief voor verkrijgingen in rechte lijn (bijv. kinderen die erven van hun ouders) of tussen partners, en dat de schenking bij notariële akte gebeurt binnen het jaar na het openvallen van de nalatenschap. Deze gedeeltelijke erfenissprong of doorgeefschenking kwam er in het kader van de hervorming van de Vlaamse erfbelasting.

Het was Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers die het voorstel van deze gedeeltelijke erfenissprong naar voor schoof in een conceptnota die zij al in 2015 indiende, en er sedertdien zaak van maakte in haar parlementair werk. Hiermee wilde Schryvers een socialer en gemakkelijker alternatief op de sinds 2013 federaal geregelde erfenissprong realiseren. Daarbij kan wie erft de hele nalatenschap via verwerping laten voortvloeien naar zijn erfgenamen. “Dat is echter een keuze tussen alles of niets”, aldus Schryvers, “Mensen krijgen via die formule niet de mogelijkheid om een deel te behouden voor het geval ze zelf een tegenslag zouden kennen of zorgbehoevend worden. De beperking van die regeling uit zich in de geringe toepassing ervan.”

Steeds populairder

Helemaal anders is het met de flexibele erfenissprong of doorgeefschenking. Uit cijfers die Schryvers opvroeg blijkt dat deze mogelijkheid wél benut wordt, en dat er jaar na jaar ook meer gebruik van gemaakt wordt. “Terwijl er in 2019, het eerste jaar na de invoering van de doorgeefschenking, in totaal 265 keer gebruikt van werd gemaakt, liep dit in 2021 al op tot 1013 of bijna 20 keer per week,” weet Schryvers, “In totaal werd de doorgeefschenking in de periode september 2018 tot en met december 2021 niet minder dan 1909 toegepast. Daarbij werden maar liefst 3689 (klein)kinderen begunstigd.”

Het totale vermogen dat op die manier werd doorgegeven aan de (klein)kinderen steeg de voorbije jaren ook sterk, van 60 miljoen euro in 2019 tot 160 miljoen euro in 2020 en bijna 300 miljoen in 2021, zo blijkt verder uit de cijfers die Schryvers opvroeg. Niet zelden worden via de doorgeefschenking onroerende goederen overgedragen, zo blijkt nog uit de cijfers.

Aanslagjaar

Aantal akten

Aantal

begiftigden

Belastbare

grondslag (€)

Bedrag

vrijstelling (€)

Hoogste

geschonken

bedrag (€)

Aantal

onroerende

goederen

2019

265

482

60.848.557,55

2.433.011,26

1.185.317,83

407

2020

631

1.236

159.225.738,01

5.290.866,75

1.405.470,89

1.021

2021

1.013

1.971

298.226.771

10.165.432

1.503.546,29

1.663

Jongere generatie

Gemiddeld wordt er per doorgeefschenking aan bijna twee afstammelingen doorgeschonken, zo blijkt nog uit de cijfers van Schryvers. De gemiddelde leeftijd van de schenkers is jaar na jaar 70 tot 72 jaar, terwijl de begiftigden gemiddeld 40 of 41 jaar oud zijn.

“Daarmee wordt de analyse die we bij het voorstel tot deze mogelijkheid maakten bevestigd: mensen zijn alsmaar ouder als ze sterven en de generatie die dan erft, heeft de middelen minder nodig, maar wil toch graag een deel behouden”, zo besluit Schryvers, “Ongetwijfeld is de flexibiliteit van de doorgeefschenking een grote troef en de reden voor het succes. In tegenstelling tot de verwerping van de gehele nalatenschap via de erfenissprong kunnen met de doorgeefschenking zowel de erfgenamen als hun kinderen de erfenis aanwenden in functie van hun wensen en behoeften. De erfgenamen kunnen een deel behouden, bijvoorbeeld als zekerheid voor hun oude dag, en tegelijk hun eigen kinderen, die in een heel andere levensfase zitten, een duwtje in de rug geven. Het is heel duidelijk dat dit systeem steeds meer aan bekendheid wint en ook gesmaakt wordt. Dat de jongere generatie en ook meer mensen zo sneller middelen bekomen, geeft niet alleen hen meer mogelijkheden, maar is daarenboven ook goed voor onze economie.”