Genderstereotypen zijn in de zorgsector nog steeds schering en inslag, dat wordt bevestigd door cijfers die Vlaams parlementslid Katrien Schryvers (CD&V) opvroeg. Van de 124.260 erkenningen voor een zorgberoep die door het Agentschap Zorg en Gezondheid de voorbije 6 jaar werden afgeleverd, gingen er 94.120 (76%) naar een vrouw tegenover 30.131 (24%) naar een man. Ook binnen de zorgsector zelf blijven bepaalde beroepen meer vrouwelijk dan andere.

16-03-2021

Erkenningen

Mensen die een gereglementeerd zorgberoep willen uitoefenen, moeten daarvoor een erkenning en/of visum aanvragen, naargelang het beroep. Op basis daarvan kan men nagaan hoeveel mensen er toetraden tot de verschillende zorgberoepen en de verdeling naargelang geslacht. Met 27.923 was 2020 een piekjaar wat betreft het aantal erkenningen. Het aantal mannen dat vorig jaar een erkenning bekwam, was met 7.097 ook het hoogste aantal in de voorbije zes jaar. Gezien echter ook de sterkte toename van het aantal erkenningen voor vrouwen, daalde het aandeel mannen dat erkend werd in een beroep binnen de gezondheidszorg procentueel van 27% naar 25%.

Overwegend vrouwen

Uit de cijfers die Schryvers verkreeg blijken ook grote verschillen in de types zorgberoepen. Zo worden erkenningen voor logopedisten quasi uitsluitend aan vrouwen uitgereikt. Ook meer dan negen op de tien logopedisten, audiciens, mondhygiënisten, audiologen, klinisch orthopedagogen en apothekers die vorig jaar een erkenning kregen, zijn vrouwen.  

Ook bij andere beroepsgroepen scoort het aandeel mannen laag. Zo ging bij klinisch psychologen, ergotherapeuten, diëtisten, farmaceutisch-technisch assistenten, verpleegkundigen en medisch laboratoriumtechnologen vorig jaar meer dan drie kwart van de erkenningen naar een vrouw.

Bij tandartsen en artsen lijkt de verdeling iets evenwichtiger. Zo ging bij deze beide groepen vorig jaar 59% van de erkenningen naar een vrouw en 41% naar een man.

De enige beroepsgroep binnen de socialprofitsector waar mannen de boventoon voeren, is die van de ambulanciers voor niet-dringend patiëntenvervoer. Slechts 30% van de diplomahouders die vorig jaar erkend werden, was een vrouw.

Uit cijfers van Verso, die de minister ook toevoegde aan zijn antwoord op de parlementaire vraag van Schryvers, blijkt dat in 2019 21,7% van de medewerkers binnen de hele socialprofitsector een man was en 78,3% een vrouw. Opgesplitst naar paritair comité zijn de verschillen nog veel groter. Bij de diensten voor gezins- en bejaardenhulp is 96,4% vrouw en 3,6% man. In de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector gaat het over 95,1% vrouwen en 4,9% mannen. In de gezondheidsinrichtingen en -diensten is er sprake van 84,1% vrouwen en 15, 9% mannen.

Het lage aandeel mannen dat momenteel actief is in de zorgsector, biedt volgens Schryvers nog veel kansen. Daarmee sluit ze zich aan bij de oproep van Vrouw en Maatschappij naar een beter genderevenwicht in de zorg. “De genderverhoudingen binnen de zorgsector wijken sterk af van de algemene man/vrouw-verdeling op de Vlaamse arbeidsmarkt. In 2020 bedroeg die 48,5% vrouwen en 51,5% mannen. De volgende jaren zijn er duizenden bijkomende arbeidskrachten nodig in de zorg om een antwoord te kunnen bieden op de toenemende zorgvragen”, zo besluit Schryvers, “Door ook mannen warm te maken voor een job in de zorg, kunnen we hier mee aan tegemoetkomen. Werken in de zorg is nu qua beeldvorming nog veel te veel op vrouwen gericht. Door gerichte campagnes en door genderneutraal studieadvies aan jongeren en zij-instromers moeten we hier verandering in brengen.”