In het Vlaams parlement stelde de Onderzoekscommissie Kinderopvang, opgericht naar aanleiding van de tragische dood van een baby in kinderopvang Het Sloeberhuisje in maart, deze week haar  aanbevelingen voor de toekomst voor. De onderzoekscommissie boog zich de voorbije maanden over wantoestanden in de kinderopvang op vlak van handhaving en inspectie. “Het voorzorgsprincipe moet altijd voorop staan. Als het om de fysieke integriteit van jonge kinderen gaat kunnen we ons geen risico’s permitteren”, stelt Vlaams parlementslid Katrien Schryvers, lid van de onderzoekscommissie voor cd&v.

Na maanden van hoorzittingen en onderzoek legde de Onderzoekscommissie Kinderopvang deze week een hele reeks aanbevelingen neer die wantoestanden in de kinderopvang in de toekomst moeten vermijden. "Kinderen zijn ons kostbaarste goed, ouders moeten er op kunnen vertrouwen dat ze hun kinderen met een gerust hart kunnen achterlaten in de kinderopvang. Niet één keer, maar elke dag opnieuw", zegt Vlaams parlementslid Katrien Schryvers. “Daarom stellen wij in de aanbevelingen het voorzorgsprincipe voorop: als het om de fysieke integriteit van heel jonge kinderen gaat kunnen we ons geen risico’s permitteren. De procedures moeten zo gemaakt zijn dat signalen altijd erkend en ernstig genomen worden. We mogen niet wachten met handelen tot er een formeel bewijs is gekomen. We moeten loskomen van een louter juridische logica wanneer het gaat om handhaving en controle.”

Eén contactpunt en meer betrokkenheid van ouders

Concreet hamert Katrien Schryvers in de aanbevelingen op de betrokkenheid van ouders. “Bij reguliere inspecties moet veel meer geluisterd worden naar ouders, zij zijn vaak de eersten die signalen opvangen. Door ouders te bevragen en klachten naast elkaar te leggen zullen kinderopvanginitiatieven waar de integriteit van kinderen mogelijk in gevaar is veel sneller in het vizier komen”, zegt Schryvers. Daarenboven moet er volgens Schryvers één enkel contactpunt komen (de ‘Kind & Gezinslijn’) voor alle binnenkomende meldingen, klachten of signalen, ongeacht de melder. Niet wie een klacht of melding doet of hoe ze wordt benoemd, maar wel de inhoud moet bepalend zijn voor het gevolg dat er aan gegeven wordt. “De oprichting van zo een contactpunt is daarom ook opgenomen als aanbeveling in ons rapport”, aldus Schryvers.

Omgekeerd moeten (toekomstige) ouders ook op een eenvoudige manier de inspectieverslagen en klachtenrapporten over een welbepaald kinderopvanginitiatief kunnen raadplegen. “Deze worden op vandaag nog niet transparant ontsloten. Daardoor is het voor ouders moeilijk in te schatten of een kinderopvanginitiatief voldoende veilig en kwaliteitsvol. Ook de inspanningen die opvanginitiatieven doen om tegemoet te komen aan een inspectieverslag zijn op dit moment niet transparant te raadplegen. “Daarom vragen wij om een eenvoudige, unieke en gebruiksvriendelijke website te ontwikkelen waar (toekomstige) ouders op een laagdrempelige manier per opvangvoorziening toegang krijgen tot het klachtenrapport, de inspectieverslagen geformuleerd in toegankelijke taal, de reactie van de organisator van het kinderopvanginitiatief op het inspectieverslag, de handhavingsmaatregelen, en het plan van aanpak van de organisator in reactie op de handhaving. Deze actieve openbaarheid moet er komen op korte termijn”, legt Schryvers uit.

Wisselwerking parket en Agentschap Opgroeien

Verder moet de wisselwerking tussen het parket en het Agentschap beter afgestemd worden. “Een directe, verplichte gegevensuitwisseling tussen de parketten wanneer er een onderzoek loopt en wanneer er een veroordeling is uitgesproken is toch een minimale vereiste, zodat het Agentschap op de hoogte is van bestaande onderzoeken en veroordelingen,” vindt Schryvers. “Vandaag wordt een uittreksel uit het strafregister gevraagd voor de opstart van een kinderopvanginitiatief of wanneer iemand in de sector tewerkgesteld wordt. Maar eens na de opstart, wordt geen uittreksel meer gevraagd. Wij vragen daarom dat elke medewerker in de kinderopvang om de drie jaar een uittreksel voorlegt.”

“In de aanbevelingen pleiten we voor een snelle en directe rapportering vanuit de parketten aan het Agentschap wanneer een kinderopvang, organisator, kinderbegeleider, of meerderjarige die samenwoont met een onthaalouder, betrokken is in een strafonderzoek als verdachte in een dossier dat in aanmerking komt voor vermelding op het uittreksel strafregister.”

Meer handhavingsmogelijkheden

Schryvers wil ook dat Zorginspectie meer mogelijkheden krijgt om gedifferentieerd advies te geven over of en welke handhaving aangewezen is, en dat Kind en Gezin een uitgebreider arsenaal krijgt aan handhavingsmogelijkheden. “Nu zijn de procedures hetzelfde voor wanneer er een inbreuk op administratie wordt vastgesteld als voor wanneer kindjes bijvoorbeeld zonder jas buiten worden gezet”, verduidelijkt Schryvers, “Terwijl het voor iedereen toch duidelijk is dat inbreuken op veiligheid en integriteit toch een veel urgentere en een heel gerichte aanpak verdienen.”

Aandacht voor de werkbelasting

Kindbegeleiders hebben hun handen vol, hun job mag niet verzwaard worden door administratieve of logistieke taken. In de aanbevelingen is dan ook opgenomen om in te zetten op logistieke ondersteuning voor organisatoren van kinderopvang. “Kindbegeleiders moeten zich in de eerste plaats kunnen focussen op hun pedagogische kerntaken en snel kunnen inspelen op de noden en behoeften van de kindjes”, vindt Schryvers.

“Om voldoende ontwikkelingskansen in een veilige omgeving te garanderen moet bovendien de kind-begeleiderratio herbekeken worden”, zegt Schryvers, “Dat moet gebeuren op basis van een benchmark van omliggende landen en wetenschappelijk onderzoek, én met een differentiatie naar leeftijd.” Wanneer een opvanginitiatief structureel te veel kindjes opvangt, moet bovendien altijd handhaving worden opgestart.