Vorig jaar werden in Vlaanderen 361 meldingen gedaan voor de creatie van een onderschikte wooneenheid in een bestaande wooneenheid, een zogenaamde zorgwoning. Dat zijn er bijna 100 meer  dan in 2018. Een derde daarvan gebeurde in de provincie Antwerpen. Dat vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers in antwoord op een parlementaire vraag. Schryvers ziet hierin een positieve evolutie van mensen die steeds meer zorg opnemen voor mekaar. Zij is dan ook tevreden dat op korte termijn de regelgeving voor het plaatsen van mobiele mantelzorgwoningen zal worden vereenvoudigd. Zo wordt immers een bijkomende mogelijkheid gecreëerd om mensen die zorg nodig hebben in hun vertrouwde omgeving nabije zorg te geven.  

3-11-2020

Een woning is een zorgwoning als in de bestaande woning één kleinere (ondergeschikte) wooneenheid wordt gecreëerd. De creatie van een zorgwoning is gericht op de huisvesting van ten hoogste twee personen waarvan minstens een persoon ouder dan 65 jaar is of hulpbehoevend. De zorgbehoevende personen kunnen zowel in de hoofdwoning als in de ondergeschikte woning wonen. “Dankzij deze formule van wonen kunnen ouderen of zorgbehoevenden langer op redelijk zelfstandige basis in de vertrouwde omgeving en dichtbij hun naasten blijven wonen,” aldus Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers, “De zorg en hulp die nodig zijn, kunnen zo mee opgenomen worden door de huisgenoten die wonen in de andere wooneenheid in hetzelfde huis. Zo past het concept van zorgwonen perfect in de idee van vermaatschappelijking van zorg.”

Als de zorgwoning wordt ingericht binnen het bestaande bouwvolume, moet de creatie ervan enkel gemeld worden aan de gemeente. Als het bouwvolume wordt uitgebreid, heeft men een omgevingsvergunning nodig. Uit cijfers die Schryvers verkreeg uit parlementaire vragen blijkt dat zowel het aantal vergunningen als het aantal meldingen voor de creatie van een onderschikte wooneenheid in 2019 sterk gestegen zijn tegenover 2018. Vorig jaar lag het aantal meldingen voor een onderschikte wooneenheid ook opvallend hoger in de provincie Antwerpen.

Om als zorgwoning in aanmerking te kunnen komen, moet de ondergeschikte wooneenheid volgens de huidige decretale bepalingen één fysiek geheel vormen met de hoofdwoning. “Dit is echter niet altijd mogelijk of wenselijk. Zeker in de gevallen waar de zorgnood maar heel tijdelijk is,“ aldus Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers, “Dan kan een mobiele mantelzorgwoning een oplossing bieden.” In dat geval wordt een tijdelijke zorgunit geplaatst naast de bestaande woning of in de tuin.

Al sinds vorige legislatuur pleit Schryvers voor een duidelijk kader voor het plaatsen van zo’n mobiele zorgunit, want vandaag bestaan daarover nog veel onduidelijkheden. Mensen die zorg willen opnemen voor een naaste en zo’n mobiele mantelzorgwoning willen plaatsen, moeten vaak een lange en onzekere vergunningsprocedure doorlopen.  Vorig jaar in november hernam Schryvers haar conceptnota vanuit vorige legislatuur waarin zij pleit voor een duidelijk kader en een vereenvoudiging van de regelgeving voor mobiele mantelzorgwoningen. In juni ll. werden hierover hoorzittingen gehouden in het Vlaams Parlement.

Dinsdag ll. bevestigde minister Demir op een vraag van Schryvers dat er wordt gewerkt aan een decretale aanpassing. Een mobiele zorgunit zal dan onder bepaalde voorwaarden aanzien worden als zorgwoning. Voor de plaatsing zal daardoor dus ook geen omgevingsvergunning meer nodig zijn, maar zal een eenvoudige melding volstaan. Alleszins zal de zorgunit een ondergeschikte wooneenheid moeten blijven en mag ze maar bedoeld zijn voor maximaal twee personen waarvan minstens een persoon ouder dan 65 jaar is of hulpbehoevend is.   

“Ik ben heel tevreden dat er nu werk wordt gemaakt van een vereenvoudigde regelgeving en dat mensen die een mobiele mantelzorgwoning willen plaatsen geen lange en onzekere procedure meer zullen moeten doorlopen,” zegt Schryvers, “Er is immers steeds meer vraag naar deze combinatie van kleinschalige en nabije zorg dichtbij en door naasten, terwijl de zorgbehoevende toch in de vertrouwde omgeving kan blijven en zijn zelfstandigheid behouden. De cijfers over het aantal meldingen en vergunningen voor het creëren van een zorgwoning in de hoofdwoning bewijzen deze interesse ook. Het kan zijn dat de zorgnood zich plots stelt en dan moet er op korte termijn geageerd kunnen worden.”

Schryvers benadrukt wel dat het belangrijk blijft te garanderen dat dergelijke zorgunits maar een tijdelijk karakter hebben.

    Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.