Tijdens de eerste zes maanden van dit jaar ontvingen de justitiehuizen 3.357 autonome werkstraffen. Een aanzienlijke stijging tegenover 2020, toen er over het hele jaar in totaal 3.850 werkstraffen werden ontvangen. Dat vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers in antwoord op een parlementaire vraag. Mogelijke verklaringen zijn enerzijds een inhaaloperatie tegenover het coronajaar 2020 en anderzijds een toename van het aantal werkstraffen dat wordt uitgesproken in vergelijking met de voorgaande jaren. Zo werden ook coronaovertredingen vaak bestraft met een werkstraf. “Inzetten op voldoende gebiedsdekkend aanbod aan prestatieplaatsen blijft belangrijk”, concludeert Schryvers.

Daders van bepaalde misdrijven kunnen worden veroordeeld tot een werkstraf. Dit is een straf waarbij de dader niet-betaalde arbeid moet verrichten bij een niet-commerciële instelling, zoals een overheidsdienst (bijv. een lokaal bestuur) of een vzw. Het aantal uren dat de werkstraf moet worden uitgevoerd, wordt bepaald door de rechter en bedraagt tussen de 20 en de 300 uren. Sinds de zesde staatshervorming is Vlaanderen bevoegd voor de uitvoering van deze werkstraffen. “De werkstraf is een autonome straf die de veroordeelde niet uit de maatschappij wegneemt, maar er net op gericht is om het gemeenschapsgevoel terug te versterken en zo te werken aan re-integratie”, legt Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers uit, “Ook herstel van de schade staat daarbij meer centraal.”

Sterke stijging tijdens eerste jaarhelft van 2021

Tijdens de eerste jaarhelft van 2021 ontvingen de Vlaamse justitiehuizen 3.357 nieuwe autonome werkstraffen, zo antwoordde Vlaams minister van justitie Demir op een parlementaire vraag van Schryvers. Dat is een enorme stijging tegenover de vorige jaren. In 2020 ontvingen de Vlaamse justitiehuizen 3.850 nieuwe autonome werkstraffen over het hele jaar, een gelijkaardig aantal als in de periode 2016-2018. In 2019 waren het er in totaal 4290. Van de werkstraffen tijdens de eerste zes maanden van dit jaar ontvingen de justitiehuizen in de provincie Antwerpen het hoogste aantal voor uitvoering (1004). De regio Brussel-Leuven volgt op de voet met 915 werkstraffen. Opvallend is dat daar het aantal ontvangen werkstraffen gedurende de eerste zes maanden van 2021 hoger lag dan tijdens de voorgaande jaren over het volledige jaar. Oost-Vlaanderen staat op drie met 645 werkstraffen in de eerste zes maanden van dit jaar, gevolgd door West-Vlaanderen (431) en Limburg (362).

Tabel: Aantal geregistreerde werkstraffen per provincie

 

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

2021*

Antwerpen

1306

1377

1237

1131

1280

1437

1313

1004

Brussel-Leuven

686

703

665

753

730

819

815

915

Limburg

442

429

374

289

302

465

435

362

Oost-Vlaanderen

1188

1142

990

912

861

1016

763

645

West-Vlaanderen

563

637

660

578

609

553

524

431

Totaal

4185

4288

3926

3663

3782

4290

3850

3357

*Eerste zes maanden

Eén van de mogelijke verklaringen voor de significante stijging tegenover de voorgaande jaren is de impact van de coronamaatregelen op de organisatie van de rechtbanken. De zittingen werden immers gedurende een tijd uitgesteld of minder frequent georganiseerd, waardoor ook de overdracht van de dossiers naar de justitiehuizen vertraagde. Deze achterstand lijkt zich te uiten in een verhoogde toestroom van nieuwe mandaten in 2021, zo vernam Schryvers. Een bijkomende verklaring kan zijn dat er ook effectief meer werkstraffen worden uitgesproken in vergelijking met de voorgaande jaren.  

De Vlaamse justitiehuizen kunnen voor de uitvoering van werkstraffen een beroep doen op een uitgebreid aanbod aan vrijwillige en gesubsidieerde prestatieplaatsen. Ook hier zorgden de coronamaatregelen voor beperkingen, maar intussen wordt het aanbod geleidelijk aan terug volledig benut. De evolutie van de versoepelingen blijft echter bepalend voor de draagwijdte van het aanbod, zo vernam Schryvers nog van minister Demir. De voorbije periode werd dan ook ingezet op de uitbreiding van het aanbod, alsook op personeelsuitbreiding.

Overtreden coronamaatregelen leidt vaak tot werkstraf

De nieuwe autonome werkstraffen die de justitiehuizen ontvingen in de periode januari-juni 2021 hadden in 43,8% van de gevallen (1469) betrekking op verkeersovertredingen. Daarnaast werden op die manier vooral feiten van openbare orde (16,7% - 560), eigendomsdelicten (16% - 535), delicten tegen personen (14,4% - 484) en drugsdelicten (13,7% - 460) bestraft.

Over het volledige jaar 2020 zag de verdeling eruit als volgt: werkstraffen omwille van (een) verkeersovertreding(en) (43% - 1657), eigendomsdelicten (18,8% - 724), delicten tegen personen (15,8% - 610), drugsdelicten (15,8% - 610), openbare orde (12,2% - 468).

Behalve het duidelijke overwicht van de verkeersovertredingen, is de meest opvallende vaststelling het vrij hoge aantal dossiers in de categorie ‘openbare orde’. Dat heeft onder andere te maken met een nieuw delict dat vorig jaar gecreëerd werd: ‘Corona/COVID 19 (inbreuken zoals vermeld in de ministeriële besluiten)’. Dit wordt geregistreerd onder de categorie ‘openbare orde’. Veel plegers van dit nieuwe delict werden en worden veroordeeld tot het uitvoeren van een werkstraf. Daarnaast is het opvallend dat het aantal delicten tegen eigendommen dat bestraft werd met een werkstraf, daalde. 

Eén vonnis kan betrekking hebben op meerdere feiten. Zo kan iemand bijvoorbeeld een werkstraf opgelegd krijgen voor een eigendomsdelict én een drugsdelict.

Jonge daders

Op het moment dat de dader wordt veroordeeld tot de werkstraf is hij meestal tussen 18 tot 24 jaar oud. In de eerste helft van 2021 behoorde 40,8% (1368) van de veroordeelden tot deze leeftijdscategorie. 3% (100) was jonger, nl. slechts 16 of 17 jaar oud, en net geen derde (28,3%) van de veroordeelden (949) was net iets ouder, nl. tussen 25 en 34 jaar. Alles bij mekaar was maar liefst 72% van de veroordeelden tot een werkstraf jonger dan 35 jaar oud. Dat zijn gelijkaardige cijfers als in 2020. “Via een gemeenschapsgerichte werkstraf kunnen jonge daders op een goede manier op hun verantwoordelijkheden worden gewezen”, aldus Schryvers, “Een werkstraf vraagt van hen effectieve inzet voor de maatschappij en dat kan vaak veel effectiever zijn dan bijv. een geldboete of een andere straf.”

Nood aan voldoende plaatsen

De grote toename aan het aantal dossiers vereist natuurlijk meer plekken waar werkstraffen kunnen worden uitgevoerd “Niet alleen komt het erop aan om in voldoende aanbod te blijven voorzien dat enerzijds gebiedsdekkend is en anderzijds tegemoet kan komen aan specifieke situaties, zoals veroordeelden die zelf werken en de werkstraf alleen ’s avonds of in het weekend kunnen uitvoeren”, aldus Schryvers, “Gelet op de toename van het aantal werkstraffen is er nood aan meer lokale besturen en organisaties die plaatsen willen aanbieden. Ik begrijp dat werkgestraften tewerkstellen niet altijd evident is, maar het is wel noodzakelijk. Ook voor werkstraffen is het immers belangrijk dat ze worden uitgevoerd. Het besef van de maatschappelijke meerwaarde daarvan, goede informatie en begeleiding van de lokale besturen en organisaties waar de werkstraffen worden uitgevoerd, kunnen hen mogelijk sneller over de streep trekken.”