Vorig jaar vonden 25 buitenlandse kinderen een nieuwe thuis bij een gezin in Vlaanderen door bemiddeling van een dienst voor interlandelijke adoptie. Dat is opnieuw een daling tegenover 2018, toen er 32 interlandelijke adopties waren, en het laagste aantal ooit. “In deze omstandigheden is het bundelen van expertise en middelen de enige piste om kwaliteitsvolle dienstverlening te kunnen blijven garanderen,” stelt Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers die de cijfers bekwam via een parlementaire vraag. Zij is dan ook tevreden dat de Vlaamse Regering vorig jaar besliste dat de drie diensten voor interlandelijke adoptie die momenteel werkzaam zijn in Vlaanderen tegen 2023 de krachten moeten bundelen.

Het aantal interlandelijke adopties ligt al jaren in dalende lijn. Waar er in 2009 nog 244 kinderen uit het buitenland werden geadopteerd, was dat in 2012 – het jaar waarin het Vlaams parlement een nieuw decreet op interlandelijke adoptie goedkeurde – nog maar de helft, nl 122. De dalende trend die toen al zichtbaar was, zet zich sindsdien onverminderd voort. Sedert 2013  waren er nooit meer dan een zeventigtal interlandelijke adopties,  en de laatste twee jaren is er sprake van een historisch lage cijfers.

 

2012

2013

2014

2015

2016

2107

2018

2019

Aantal interlandelijke adopties in Vlaanderen

122

73

61

71

62

59

32

25

 

De 25 in 2019 interlandelijk geadopteerde kinderen zijn afkomstig uit negen verschillende landen (Burkina Faso, China, Filipijnen, Gambia, Haïti, India, Kazachstan, Portugal en Togo) en waren op het moment van adoptie tussen 2 en 14 jaar. In 2018 lagen de leeftijden tussen 0 en 12 jaar. 16 van de in 2019 geadopteerde kinderen hadden één of meerdere specifieke ondersteuningsbehoeften. Er gebeurden niet alleen minder adopties in 2019, ook een aantal kanalen bleven inactief of werden volledig stopgezet. Vanuit Bulgarije, Thailand, Verenigde Staten, Vietnam en Zuid-Afrika werden in 2018 nog kinderen geadopteerd, maar in 2019 niet meer.

“Het aantal interlandelijke adopties is de afgelopen jaren wereldwijd sterk gedaald en dit zal  de komende jaren wellicht ook niet opnieuw spectaculair  toenemen,” aldus Schryvers. “De oorzaken zijn velerlei, onder meer dat meer wordt ingezet op opvang in de herkomstlanden. Het aantal kinderen dat geadopteerd wordt vanuit eenzelfde kanaal is ook heel beperkt. Er worden wel nieuwe kanalen onderzocht, maar dit vraagt veel expertise en tijd. “Om die expertise te kunnen blijven garanderen, is een bundeling van krachten absoluut noodzakelijk”, zo vervolgt Schryvers, “De cijfers bevestigen dat de Vlaamse Regering vorig jaar de juiste beslissing nam om tegen 2023 nog slechts te werken met één eengemaakte adoptiedienst. Slechts zo kan de noodzakelijke deskundigheid behouden blijven.”

Al in een conceptnota  omtrent interlandelijke adoptie die zijn in 2015 indiende, riep Schryvers op tot onderzoek naar een fusie van de diensten. In een resolutie waarvan zij hoofdindiener was en die in maart 2018 in de plenaire vergadering werd goedgekeurd, werd de Vlaamse Regering gevraagd een traject uit te zetten dat de verschillende adoptiediensten aanspoort hun werking beter op mekaar af te stemmen en te onderzoeken hoe een nauwe samenwerking kan gerealiseerd worden. Tegen 2023 moet die fusie dus een feit zijn. Momenteel werken de diensten daarvoor aan een voorbereidend traject.

“Wat me ook wel zorgen baart,”, stelt Schryvers, “is het grote aandeel kinderen met een specifieke ondersteuningsbehoefte en de evolutie dat kinderen op het moment dat ze geadopteerd worden alsmaar ouder zijn. Oudere kinderen hebben immers al meer meegemaakt in het land van herkomst en voor hen is de aanpassing dan ook vaak moeilijker.”

    Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.