De voorbije drie jaar zijn de ontvangsten voor Vlaanderen uit erfbelasting alsmaar gestegen. In 2016 ging het om 1.334,5 miljoen, in 2017 werd 1.443,8 miljoen geïnd op erfenissen en vorig jaar bedroegen de ontvangsten 1.533,3 miljoen. In totaal lieten erflaters vorig jaar 12,3 miljard euro na. Dat vernam Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers in antwoord op een parlementaire vraag.

Op een erfenis moet erfbelasting betaald worden. Hoeveel erfbelasting men moet betalen, hangt af van de graad van verwantschap van de erfgenaam met de overledene, de omvang van de nalatenschap en de samenstelling van de erfenis (roerend en onroerend goed). Dat erfbelastingen een belangrijke bron van inkomsten zijn voor Vlaanderen, blijkt uit de cijfers. Vlaams volksvertegenwoordiger Katrien Schryvers vroeg ze op via parlementaire vragen.

Volgens de ESR-aanrekeningsmethode mogen de ontvangsten inzake de erfbelasting van januari en februari van het jaar x + 1 nog aangerekend worden op het jaar x. Volgens deze methode is voor 2018 1.533,3 miljoen euro ontvangen. In 2016 en 2017 bedroegen de ESR-aanrekenbare ontvangsten respectievelijk 1.334,5 miljoen euro en 1.443,8 miljoen euro.

Sinds 1 september 2018 gelden, wat betreft de categorieën ‘broers en zussen’ en ‘andere personen’ nieuwe belastingschijven en nieuwe tarieven. Er kwamen ook nieuwe vrijstellingen voor kinderen jonger dan 21 jaar die beide ouders verloren hebben. Voor de langstlevende echtgenoot of samenwonende partner geldt sindsdien een nieuwe voetvrijstelling op maximaal de eerste 50.000 euro van de netto-verkrijging van roerende goederen. De beschikbare cijfers zijn echter nog te beperkt om conclusies te trekken over eventuele gevolgen van de wijzigingen van de erfbelasting, aldus de minister in antwoord op de parlementaire vraag van Schryvers.

Tabel: De te betalen successierechten (in euro) per categorie van erfgenamen[1]

 

Rechte lijn,

echtgenoten en samenwonenden

Broers en zussen

Andere personen

Totaal

2010

449.212.274,71

169.834.630,01

430.869.302,73

1.049.916.207,45

2011

531.919.949,80

193.870.137,60

404.729.852,86

1.130.519.940,26

2012

607.348.188,81

228.855.224,29

544.967.032,47

1.381.170.445,57

2013

645.503.187,00

226.529.912,42

559.080.123,99

1.431.113.223,41

2014

607.759.523,47

198.595.455,88

527.766.101,14

1.334.121.080,49

2015

694.386.675,64

222.134.880,79

581.193.911,07

1.497.715.467,50

2016

645.142.709,00

210.399.753,00

510.199.702,00

1.365.742.164,00

2017

677.083.639,00

234.829.333,00

565.009.333,00

1.476.922.305,00

2018

716.225.357,98

240.078.433,49

590.823.168,62

1.547.126.960,09

Opmerking:
In de antwoorden op de sv’s worden de cijfers van 2010 t.e.m. 2015 omschreven als de ‘te betalen rechten’ en de cijfers van 2016 t.e.m. 2018 als ‘ingekohierde bedragen’.

De ingekohierde bedragen voor 2018 liggen alleszins wel in dezelfde lijn als de jaren ervoor. De toename in 2018 tegenover 2017 verklaart de minister door een versnelling van de inkohiering. Het aantal aangiftes waarvoor een aanslagbiljet nog in het jaar van overlijden werd verzonden lag in 2018 namelijk hoger dan in 2017. Er is evenwel geen sprake van meer overlijdens of een toename van de gemiddelde omvang van de belastbare nalatenschappen.

Het belastbaar vermogen lag vorig jaar op 12,3 miljard euro.

Categorie erfgenaam

Belastbaar

 Roerend

Belastbaar

 Onroerend

Belastbaar Gezinswoning[2]

Belastbaar

Familiale onderneming/

vennootschap

Totaal

Echtgeno(o)t(e)/

samenwonende partner met vrijstelling gezinswoning

1.329.430.712,30

324.690.903,93

1.209.208.242,43

47.158.129,57

2.910.487.988,23

Rechte lijn

3.790.471.590,21

3.655.385.822,39

86.953,96

196.381.029,35

7.642.325.395,91

Broer / zus

324.101.325,39

184.393.213,18

3.939.539,38

512.434.077,95

Anderen

649.543.799,81

286.821.496,58

7.844.453,26

944.209.749,65

Vrijgesteld

6.425,35

42.013,78

48.439,13

Legaat 6,6%

733.399,41

137.159,46

870.558,87

Legaat 8,8%

2.282.817,21

312.500,00

2.595.317,21

Legaat 8,5%

207.636.285,21

52.936.575,33

260.572.860,54

Totaal

6.304.206.354,89

4.504.719.684,65

1.209.295.196,39

255.323.151,56

12.273.544.387,49

[1] Met uitzondering van de legaten aan 6,6%, 8,8% en 8,5% en de categorie ‘onbekend’.

[2] Indien er een vrijstelling van toepassing is wordt de waarde van de gezinswoning opgenomen in de kolom Belastbaar Gezinswoning. Indien er geen vrijstelling van toepassing is wordt de waarde van de woning opgenomen in de kolom Belastbaar Onroerend.

    Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookies Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.